Categorieën
Indonesia 2009 Uncategorized

Ende – Bajawa









Als ik ’s morgens om 6 uur opsta en na het douchen uit mijn kamer kom, zegt de mevrouw van het hotel dat ik weer rustig kan gaan slapen en ontbijten omdat alle bussen richting Ruteng voor het hotel stoppen. Ik heb dus alle tijd. Als ik om half zeven geroepen word voor het ontbijt -een kop thee en een zoet broodje- is mevrouw van mening veraderd. Er stoppen helemaal geen bussen voor het hotel en ik kan beter naar de busterminal gaan. Hoe daar per fiets te komen geeft zij met een globaal armgebaar aan en zegt dat ik het onderweg maar verder aan de mensen moet vragen. De straten zijn op dit uur van de zondagmorgen echter nog vrijwel uitegstorven. Als ik op een T-splisting kom vraag ik in een klein winkeltje de weg. Een vriendelijke jongen biedt aan me op zijn brommer te begeleiden. Als ik de jongen volg, blijkt dat we ongeveer teruggaan in de richting waar ik net vandaan kwam. We gaan dan ook niet naar de busterminal waar we gisteren aankwamen, maar naar een andere terminal die aan de uitvalsweg naar Bajawa ligt. Dat is heel goed want de kans is groot dat hier de bussen staan die ik hebben moet. Voor de vriendelijke diensten wil de jongen met de brommer geen geld ontvangen. Na enig -zonder succes- onderhandelen over de prijs, betaal ik omgerekend 5 euro voor een rit van 130km. We zitten dan wel met minstens 18 man in een minibus van het formaat van een Amsterdamse ‘Stop&Go’. De conducteur hangt aan een arm buiten de deur en twee passagiers zitten buiten op het dak. Ik hoop maart dat ze niet van de gelegeheid profiteren om de inhoud van mijn fietstassen te inspecteren. Alle waardevolle spullen houd ik overigens bij me in de bus.
De rit gaat eerst een heel stuk over een vlaake weg langs de kust. (hadik dus wel kunnen fietsen). Op zee zijn verschillende vissersboten twee aan twee hun netten aan het uitzetten. De kustweg is bezaaid met dorpjes/nederzettingen. Daarna gaat het weer flink omhoog de bergen in. Tegen half twaalf kom ik aan op het busstation van Bajawa. Daar moet alles overgeladen in een nog kleiner busje (bemo). Samen met nog een passagier zit ik naast de bestuurder met mijn twee fietstassen, de stuurtas en m’n rugzak op schoot en druk met mijn been tegen de versnellingspook aan. Als dat maar goed gaat. En gelukkig gaat het goed, want na een kort stukje word ik afgezet bij Hotel Korina (er is ook een hotel Edelweis, maar dat is vol). Een gids biedt zich aan om mij achter oip zijn brommer mee te nemen voor een toer lang de tradiotenel dorpen van de Ngarrai. Kost 350.000rp plus nog een nacht in Bajawa. Weet nog niet ofik dat zal doen. Geld gepind en geluncht (nasi goreng daging en thee). Er is een internetcafe. Daar het blog en mail bijgewerkt. Hier kwam het vermogen blind te kunnen typen goed van pas, want op de meeste toetsen was de opdruk van de letters verdwenen. Daarna buiten een winkeltje een fles Bintang gedronken en naar het gebeuren op straat gekeken en nota genomen van de meest vreemde namen waarmee de bussen zich tooien: Schiphol, Nazareth, Titanic (slaat hopelijk niet op het einde van dit busje), Go Kill, Hery Poter (ook hier populair), Blondy Girl, Spider Bus, enz. In restaurant Camellia Nasi Campur gegeten en ervaringen uitgewisseld. We zijn het er over eens dat het op heel Flores wemelt van de Nederlanders, je komt ze ook werkelijk overal tegen!