Indonesië 2009

        vertrek a’dam 3-aug
        aankomst Denpasar 4-aug
Flores       overnachting Denpasar 5-aug
  Maumere 0   aankomst Maumere 6-aug
  Ende 148   aankomst Ende 9-aug
  Bajawa 130   aankomst Bajawa 12-aug
  Ruteng 130   aankomst Ruteng 15-aug
  Labuang Bajo 120 528 aankomst Labuang Bajo 17-aug
        vertrek Labuang Bajo 18-aug
Komodo/Rinca          
           
Sumbawa          
  Sape 0   aankomst Sape 18-aug
  Bima 46   aankomst Bima 19-aug
  Sumbawa Besar 256   aankomst Sumbawa Besar 24-aug
  Pore Tano 93 395 aankomst Pore Tano 26-aug
        vertrek Pore Tano 27-aug
Lombok          
  Labuhao Lombok 0   aankomst labuhao Lombok 27-aug
  Mataram 78   aankomst Mataram 29-aug
  Lembar 25 103 aankomst Lembar 30-aug
        vertrek Lembar 31-aug
Bali          
  Padang Bai 0   aankomst Padang Bai 31-aug
  Denpasar 53 53 aankomst Denpasar 1-sep
        Vertrek NL 2-sep
      1079 Aankosmt A’dam 3-sep

25 Juli – Singapore

Na een normale vlucht over West-Europa, de Balkan, Oekraine, Afganistan, Pakistan en India keurig op tijd geland in Singapore waar ik in een lounge van de luchthaven dit bericht zit te typen.

 

Aan boord lekker gegeten, lunch bestaande uit een lekkere curry, tot mijn verrassing geen avondeten, maar wel een ontbijt (omelet met toebehoren) om 12 uur ’s nachts Nederlandse tijd. Ik had een lekker plaatsje aan het raam en kon net voor de vleugel langs kijken. Veel was er overigens van het landschap niet te zien. Wel twee leuke films, een franse over de problemen die aan het daglicht komen op het jaarlijkse etentje van een aantal vrienden (een soort Conte de Noel) en een duitse ‘ alpen fim’ over een boer die van magere Hein 21 jaar uitstel van zijn geplande dood krijgt omdat hij van de laatste met kaarten heeft gewonnen. Naast me zat een echtpaar maar die waren niet erg spraakzaam. Het enige dat ik weet is dat ze via Bali doorgaan naar Sulawesi. Hier op de luchthaven is het (nog) erg rustig, maar ja, het is hier nu 7 uur in de morgen, plaatselijke tijd. Vanmiddag om 4.40 uur vertrekt m’n doorgaande vlucht naar Bali waar ik om 19.10 uur plaatselijke tijd hoop aan te komen.

 

Na door Jur (met de boedelbak) en Ludy te zijn uitgezwaaid op Schiphol, kon de grote reis beginnen. De vlucht naar Singapore van bijna 13 verliep zonder bijzonderheden. Onderweg kregen we een warme lunch (kipcurry) en midden in de nacht ons ontbijt voor aankomst op Singapore. Op deze grote en moderne luchthaven kon ik tegen betaling vanm25usd gebruik maken van de Premium Lounge. Daar is een koud buffet, je kunt er internetten en er zijn douches. Gedurende de elf uur wachttijd op de aansluiting naar Denpasar kon ik een beetje bijslapen. Ook de vlucht naar Denpasar ging zonder bijzonderheden. Het was al donker toen we om 19.10 landden. De doorgang langs grenscontrole en douane ging vlot. Alle bagage en fiets waren goed aangekomen. De chauffeur van het hotel stond me al op te wachten. Samen hebben we de fiets in de auto geladen en reden in 20 minuten door een gekrioel van brommers en auto’s naar ons hotel.

 

Na aankomst een Simpati prepaid telefoonkaart gekocht om goedkoper naar Nederland te kunnen bellen.

 

Sim kaarten moeten hier zowel voor het bellen als het sms’en worden geregistreerd bij de provider. En dat gaat via sms berichten in het indonesisch. Het ging dan ook prompt mis en raakte de kaart geblokkeerd en vroeg om de puk-code. Goede raad was duur en aan de receptie om hulp gevraagd. Een personeelslid heeft de zaak toen weer voor mij in orde gemaakt. Moe en zonder avondeten rond 22 uur naar bed. Om gelijk maar te beginnen met acclimtiseren, de airco voor de nacht niet aangezet.

 

26 Juli – Kuta

Na een goede vlucht van Singapore naar Bali (kleine twee uur) met fiets en al goed aangekomen bij het hotel Matahari Bungalows. Ook de fiets is goed aangekomen. Mijn ruime kamer met bad is gelegen op de derde etage aan de achterkant van de drukke hoofdstraat van Jl. Legian. Dit is ook de weg naar het strand. Mijn kamer met blakon kijkt uit over een prachtige tuin met inheemse bloemen en planten. Gisteravond toen ik aankwam was het al donker dus toen kon ik nog niet veel zien. Om gelijk maar te acclimatiseren zonder airoc aan geslapen. De temperatuur is met 27 graden aangenaam, maar de luchtvochtigheid is hoog, dus veel zweetdruppels vallen er wel. Een predpaid gsmkaart gekocht om goedkoper te kunnen bellen. Dat gaat hier nogal omslachtig want zowel voor bellen als sms’en moet de simkaart in het Indonesisch geregistreerd worden. Gelukkig werd ik daar door het uiterst vriendelijke personeel van het hotel bij geholpen, ook toen de kaart per ongeluk geblokkeerd raakte. Vanmorgen een wandeling naar ’t strand gemaakt, maar niet gezwommen want ik heb mijn spullen nog maar even ingepakt gelaten. De straat is bezaaid met winkeltjes en het standaard antwoord op alle ‘ hawkers’: tidak terimak kasi (nee, dank u wel) zit er al goed ingestampt en werkt heel effectief. Ik heb nog geen plek met wifi gevonden dus stuur mijn berichten vanuit een internet cafe. Morgen is mijn laatste dag hier en om 15.10 plaatselijke tijd vertrekt de vlucht naar Flores. Helaas lukt het even niet om foto’s te uploaden, dus die volgen later…

 

Van: Kuta Naar: Kuta

ODO: 0,0 km Dag: 0,0 km Avg: o km/h Temp: 27 0C

Max Climb %: Avg Climb%: Max Alti: 0m Tot Alti:

 

Om 7.00 uur opgestaan, gedouched en ontbeten. Rijst, toast met boter, ananas en watermeloen; thee en sinsappelsap. Een gezin van 5 Nederlanders die op de fiets de tocht Bali-Lombok doen uitgezwaaid en op de foto gezet. Daarna de fietsdoos opengemaakt de de fiets er uit gehaald. Nog niet geprobeerd of alles werkt want de fiets is nog steeds voorbereid voor de doorreis naar Flores.

 

Naar het beroemde strand van Kuta gewandeld. De weg bestaat alleen maar uit stalletjes waar allerlei toeristenspul wordt aangeprezen en uit bars, disco’s en hotels. Een soort van Torremolinos lijkt het weg. Auto’s, busjes en vooralbrommers delen het smalle straatje. De straatverkopers vragen onophoudelijk aandacht, maar met een kordaat maar vriendelijk ‘tidak, terimah kasi’ (nee, dank u wel) staken ze hun pogingen. Onderweg een kopje expresso gedronken. Het strand ziet er uit als alle toeristenstranden, dus daar ben ik niet lang gebleven en ben teruggegaan naar het hotel. Onderweg in een Internetcafe m’n weblog bijgewerkt en het thuisfront gemaild. Daarna speciale Balinese kipsate gegeten met rijst en een grote fles Bintang bier erbij. Ook hier krijg je drie stokjes saté. Terug op de hotelkamer de foto’s naar de laptop overgezet, het dagboek bijgewerkt en m’n spullen naar de hotekluis gebracht.

 

27 Juli – Maumere

Hoi Ludy en Jurriaan,

Na het inpakken vanmorgen in Bali, de fiets klaargemaakt en met het busje richting vliegveld, ditmaal naar de afdeling domestic. Gelukkig was de vlucht niet gecancelled of vertraagd, want dat gebuert nogal eens met merpati airllines. De fiets kon ook zoner doos mee, gelukkig maar, want het voorwile moest er af anders kon hij niet in het vrachtruim van de oude Fokker 100. Met een kleine vertraging vetrokken we voor een eerste tussenlandig op Wangaipu (Sumba), na een stop van een klein half uur ging e vvulcht verder richting Maumere op Flores, maain eindbestemming voor deze vlucht. Omdat je het laatste stuk niet zo hoog vliegt, had ik een goed zicht van wat mij vanaf morgen te wachten staat. het laqndschap ziet er van boven nogal bruin uit, enigszins verdroogd, niet het overdadige groen wat ik zo van indonesie verwachtte. Ook zijn er veel, veel, veel steile bergen en begon tot me door te dringen wat me de komende dagen en weken te wachten staat.. In Maumere aangekomen (S 8,6 372 E 122,3082 – googel earth coordinaten) stond het busje voor vervoer naar Sea World ons al op te wachten. Het hotel ligt aan het strand en daar heb ik een beachhouse. Aangezien ik hier maar 1 nacht blijf, ben ik direct begonnen mijn fiets te controleren en in elkaar te zetten. Gelukkig was alles heel en recht.Diverse personeelsleden hielpen mij met het in elkaar zetten en keken bewonderend naar mijn klaxon, die volgens mij hier vooral door de ijscoman worden gebruikt. Ik zal dus nog wel populair worden als ik toeterend oor de desa fiets! Alleen mijn fietshelm heeft de laatste etappe niet overleefd en wat van de restanten is overgebleven is helaas niet meer geschikt om op het hoofd te plaatsen. Na het in elkaar zetten van de fiets viel het donker al in en had ik mijn eerste ‘kalenderfoto’ uitzicht van de ondergaande zon over zee achter een verderop gelegen eiland. Door het steeds onderweg zijn heb ik nog betrekkelijke weinig contact met de mensen gehad, maar dat zal de komene tijd zeker het geval zijn. Denk de komende dagen niet te kunnen internetten tot ik in Ende ben aangekomen, ik geloof zo’n 70km over de weg. Het is hier warmer 30 graden en nog steeds vochtig/klam. Anneke, Ludy, Pieter en Rene, dank voor jullie mails, die wegens beperkte internet tijd niet persoonlijk kan beantwoorden, maar hopelijk zorgt dit blog daar voor.

sampai beretemu lagi (tot ziens)

Maandag, 27 juli 2009

Van: Kuta Naar: Maumere

ODO: 0,0 km Dag: 0,0 km Avg: o km/h Temp: 30 0C

Max Climb %: Avg Climb%: Max Alti: 0m Tot Alti:

 

De wekker ging om 7.00 uur maar ik werd om 8.03 wakker gebeld met de vraag hoe laat ik zou uitchecken. 11 uur afgesproken. Ik wilde ter aanvulling van m’n Indonesische les nog een zakwoordenboekje Engels-Indoneschisch v.v. kopen. Daarvoor moest ik met een taxi naar Denpasar. Hier werd ik bij een boekwinkel afgezet waar ik voor 14krp een geschikt boekje vond. Uiteindelijk werd het een duur boekje want de rit van en naar kostte 150krp. 15 euro, niet duur voor NL maar wel voor Indonesië. Ik had wel vantevoren de prijs gevraagd en de bediende van het hotel stond erbij, Dus nam ik aan dat het een gangbare prijs zou zijn. Toen de chauffeur me bij het hotel afzette, wilde de parkeerwachter 20krp van me hebben, maar dat heb ik geweigerd. Voor vertrek nog m’n simkaart met 100krp laten opladen. De vlucht van Denpasar naar Flores met een tussenlanding op Sumba verliep vlekkeloos. In Maumere werd ons gezelschap (er waren er meer voor Sea World) naar het resort gebracht. Daar kreeg ik een strandbungalow toegewezen. Vervolgens de fiets weer in elkaar gezet. Gelukkig leek er niets beschadigd. Dat gold niet voor de fietshelm want die bleek onherstelbaar gebarsten. Daarna in het resort een Indonesische maaltijd besteld. Groentesoep vooraf, rijst, vlees, vis en goenten als hoofdgerecht en een kokosijsje toe. Met een grote Bintang uiteraard. Een Nederlands onderwijzersechtpaar die 5 weken met een rondreis per auto met chaufeeur onderweg zijn, kwamen een praatje maken. gezellig. Verder zaten er in het restaurant een stuk of 8 nonnen. Niet verwonderlijk, want Flores is een katholiek eiland. Geblogd en gemaild. Toen ik mijn tassen ging herschikken kreeg ik de volgende onaangename verrassing: beide routjeboekjes verdwenen. Hoe het komt weet ik niet, kan ook zijn dat ik vergeten ben ze in te pakken. Maar vermoedelijk zaten ze in de tas op de bagagedrager van de fiets. Hoewel de fiets de hele tijd onder een zeil heeft gestaan heeft iemand er wellicht toch in gekeken. Maar wat men daarmee moet? Wie zal het zeggen….

 

28 Juli – Maumere – Paga Beach

Vandaag ga ik het toch maar proberen op de fiets, hoewel ik het gevoel heb dat ik nog niet helemaal geacclimatiseerd ben. het doel is Paga te bereiken aan de kust, halverwege tussen Maumere en Woluwaru (en dat ligt weer halverwege tussen de volgende grote plaats: Ende aan de kust.

 

Van: Maumere Naar: Paga

ODO: 56,77km Dag: 56,37km Avg: 14,1 km/h Temp: 30 0C

Max Climb %:9% Avg Climb%:2% Max Alti: 313m Tot Alti:657m

 

De wekker ging om 6.00 uur af en ik ben gelijk opgestaan, gedouched en de fietstassen ingepakt. Daarna nog even geinternet. Ontbeten, maar het kost moeite om een hap naar binnen te werken. Verminderde eetlust schijnt een van de bijwerkingen van het anti-malariamiddel Malarone te zijn. Rond 7.30 op de fiets gestapt. De receptie van Sea World Club vertelde dat er bungalows beschikbaar zijn in Paga (Paga Beach). De eerste 11, 5km tot Maumere stad zijn vlak. Daarna stijgt de weg continu licht (iets meer dan vals plat). Onderweg is er veel te zien, desa’s, winkeltjes en vrouwen die aan het weven zijn. Het is flink begroeid langs de weg en de drukte van het verkeer valt alleszins mee. Misschien omdat ik wat later op de ochtend vertrokken ben. Het meeste verkeer start hier rond 6.00 uur ’s morgens. Het fietsen op deze eerste dag ging allengs zwaarder. Daarom ondwereg een eerste stop gemaakt bij wat ik dacht dat een restaurant was. Bleek echter de woning van een zeer uitgebreide familie te zijn bestaande uit denk ik wel 15 personen. Thee gevraagd en gekregen. Vervolgens mijn foto’s van Amsterdam en familie tevoorschijn gehaald. Dat was een groot succes en onderwerp van de bekende vragen: ‘waar kom je vandaan, hoe oud ben je, wat is je geloof enz. enz.’ Na zo een uur aangenaam te zijn uitgerust, en met de hele familie opde foto te zijn gegaan, was het tijd om afscheid te nemen. Je weet immers niet hoelang de weg naar de volgende plaats, hoe het met de vermoeidheid zit, enz. En het is wel zaak om ruim voor de avond binnen te zijn. Onderweg nogmaals voor thee en uitrusten gestopt, ditmaal bij een winkeltje.Voor de twee koppn thee werd geen geld gevraagd. Onderweg wordt je voortdurend door -vooral kinderen- met ‘Hello mister’ toegeroepen. Howel het begint te vervelen, probeer ik steeds met een ‘selamat pagi / siang’ te antwoorden. Omstreeks 15.30 uur bereik ik behoorlijk uitgeput Paga en kijk uit naar een bord met ‘Paga Beach’ er op als ik aan de voet van een steile heuvel zit uit te rusten en te bedenken dat ik m’n fiets er tegenop zal moeten duwen, stoppen twee jongens op een brommer. Ze vertellen me dat ik hte dorp heb verlaten en op de weg naar Moni ben. Ik moet dus weer een stuk terug en zij zullen me deweg wijzen. Gelukkig hoef ik die laatste heuvel dus niet te nemen. Halverwege de terugweg, gelukkig ca. 1 km, weten de jongens het ook niet meer precies en dus ben ik gestopt om te vragen. Ik moet nog een halve km verder terug. En ja, daar staan de primitieve hutjes van Paga Beach. Er is een bungalow, een houten hutje op palen, bestaande uit een ruimte met tweepersoons bed, geen klamboe,en een dak van bamboe riet. Heel pittoresk. Op nog een dertig passen buldert de zee. Om af te koelen besluit ik een duik te nemen. Dat valt tegen want de kracht van de golven is zo groot dat ik omver wordt gesmeten en met een zwembroek vol zand naar het strand wordt teruggesmeten. M’n sandaal wordt vna mijn voet gerukt en spoelt verderop gelukkig weer aan. Vervolgens naar de mandi die zich in het zelfde hok als de hurk-wc bevindt om mezelf van het zand en zeewater af te spoelen. Dan is het tijd om te gaan slapen. Het is dan 16.30 en ik zet de werkker om 17.30. De zonsondergang maak ik niet meer mee. Het is 18.30uur en donker als ik weer wakker wordt. Als enig aanwezige gast krijg ik een bord nasi goreng met een fles bier erbij. Omdat ik nog steeds geen pap kan zeggen, besluit ik een rustdag in te lassen. Ik ga vroeg slapen.

 

Korte Update

Het begin van zijn reis zit Jan niet mee. Jan heeft weinig eetlust en voelt zich daardoor slap. Het fietsen lukt om die reden dus ook niet zo goed. Hij reist nu vooral met de bus tussen de bestemmingen. De weinige eetlust is waarschijnlijk een bijwerking van de malariapillen. Ook zijn de routeboekjes met de dagelijks te volgen route verdwenen, maar een kopie is inmiddels via de reisorganisatie opnieuw verstuurd. Wel heeft hij heerlijk genoten van een hutje aan het strand met de ruisende zee en de sterren. Ook was hij te gast bij een bruiloft. De omgeving waarin hij nu zit is erg primitief: er is bijvoorbeeld meestal geen electra.

Gisteren is hij aangekomen in Moni en is vandaag naar Kelimutu: een vulkaan.

 

29 Juli

Van: Maumere Naar: Paga

ODO: 56,77km Dag: 56,37km Avg: 14,1 km/h Temp: 30 0C

Max Climb %:9% Avg Climb%:2% Max Alti: 313m Tot Alti:657m

 

De wekker ging om 6.00 uur af en ik ben gelijk opgestaan, gedouched en de fietstassen ingepakt. Daarna nog even geinternet. Ontbeten, maar het kost moeite om een hap naar binnen te werken. Verminderde eetlust schijnt een van de bijwerkingen van het anti-malariamiddel Malarone te zijn. Rond 7.30 op de fiets gestapt. De receptie van Sea World Club vertelde dat er bungalows beschikbaar zijn in Paga (Paga Beach). De eerste 11, 5km tot Maumere stad zijn vlak. Daarna stijgt de weg continu licht (iets meer dan vals plat). Onderweg is er veel te zien, desa’s, winkeltjes en vrouwen die aan het weven zijn. Het is flink begroeid langs de weg en de drukte van het verkeer valt alleszins mee. Misschien omdat ik wat later op de ochtend vertrokken ben. Het meeste verkeer start hier rond 6.00 uur ’s morgens. Het fietsen op deze eerste dag ging allengs zwaarder. Daarom ondwereg een eerste stop gemaakt bij wat ik dacht dat een restaurant was. Bleek echter de woning van een zeer uitgebreide familie te zijn bestaande uit denk ik wel 15 personen. Thee gevraagd en gekregen. Vervolgens mijn foto’s van Amsterdam en familie tevoorschijn gehaald. Dat was een groot succes en onderwerp van de bekende vragen: ‘waar kom je vandaan, hoe oud ben je, wat is je geloof enz. enz.’ Na zo een uur aangenaam te zijn uitgerust, en met de hele familie opde foto te zijn gegaan, was het tijd om afscheid te nemen. Je weet immers niet hoelang de weg naar de volgende plaats, hoe het met de vermoeidheid zit, enz. En het is wel zaak om ruim voor de avond binnen te zijn. Onderweg nogmaals voor thee en uitrusten gestopt, ditmaal bij een winkeltje.Voor de twee koppn thee werd geen geld gevraagd. Onderweg wordt je voortdurend door -vooral kinderen- met ‘Hello mister’ toegeroepen. Howel het begint te vervelen, probeer ik steeds met een ‘selamat pagi / siang’ te antwoorden. Omstreeks 15.30 uur bereik ik behoorlijk uitgeput Paga en kijk uit naar een bord met ‘Paga Beach’ er op als ik aan de voet van een steile heuvel zit uit te rusten en te bedenken dat ik m’n fiets er tegenop zal moeten duwen, stoppen twee jongens op een brommer. Ze vertellen me dat ik hte dorp heb verlaten en op de weg naar Moni ben. Ik moet dus weer een stuk terug en zij zullen me deweg wijzen. Gelukkig hoef ik die laatste heuvel dus niet te nemen. Halverwege de terugweg, gelukkig ca. 1 km, weten de jongens het ook niet meer precies en dus ben ik gestopt om te vragen. Ik moet nog een halve km verder terug. En ja, daar staan de primitieve hutjes van Paga Beach. Er is een bungalow, een houten hutje op palen, bestaande uit een ruimte met tweepersoons bed, geen klamboe,en een dak van bamboe riet. Heel pittoresk. Op nog een dertig passen buldert de zee. Om af te koelen besluit ik een duik te nemen. Dat valt tegen want de kracht van de golven is zo groot dat ik omver wordt gesmeten en met een zwembroek vol zand naar het strand wordt teruggesmeten. M’n sandaal wordt vna mijn voet gerukt en spoelt verderop gelukkig weer aan. Vervolgens naar de mandi die zich in het zelfde hok als de hurk-wc bevindt om mezelf van het zand en zeewater af te spoelen. Dan is het tijd om te gaan slapen. Het is dan 16.30 en ik zet de werkker om 17.30. De zonsondergang maak ik niet meer mee. Het is 18.30uur en donker als ik weer wakker wordt. Als enig aanwezige gast krijg ik een bord nasi goreng met een fles bier erbij. Omdat ik nog steeds geen pap kan zeggen, besluit ik een rustdag in te lassen. Ik ga vroeg slapen.

 

30 Juli – Paga – Moni

Van:Paga Fiets/Bus Naar: Moni

ODO: 62km Dag: 5,81km Avg: 11,50 km/h Temp: 30 0C

Max Climb 16%: Avg Climb 5%: Max Alti: 61m Tot Alti: 751m

 

Als ik om 5.00 uur wakker word, blijkt het een beetje te hebben geregend en is er ook een windje geweest, want mijn hoofddoekje is van het balkon gewaaid. Nog in het donker pak ik mijn spullen in. Door het licht van mijn zaklamp worden de wespen, die in de hut een nest aan het maken zijn, wakker. Een wesp verstrikt zich in de klamboe die ik net aan het opvouwen ben. Tijdens de poging de wesp uit het net te schudden, word ik venijnig in mijn pink gestoken. Geen goed begin van de dag. Om 6 uur is de fiets bepakt en ben ik klaar voor vertrek. Van de baas krijg ik thee en twee donuts als ontbijt. Over de donuts doe ik bijna een half uur. Het is kwart voor zeven als ik op de fiets stap om te vertrekken onderweg zijn de kinderen al te voet of achter op een brommer op weg naar school. Na slechts 5,8km wil het bij de tweede heuvel al niet meer en stop ik bij een warung om thee te drinken en op de bus te wachten die me naar Moni moet brengen. Om half negen is er een bus die me mee wil nemen. Gelukkig is de bus niet al te vol en kunnen we redelijk ruim zitten. De fiets wordt achterop de bus gebonden. Aangezien ik een plek aan het open raam heb, krijg ik geen last van de slingerende en al maar stijgende weg naar Moni. Blij dat ik de bus heb genomen! In Moni aangekomen worden mijn spullen uitgelaten. Samen met twee franse backpackers word ik uitgenodigd om de accomodatie van ene Jeffry te bekijken. Helaas is er maar 1 kamer beschikbaar, en die kiest het franse stel die. Jeffry brengt mij en fiets naar het even verderop gelegen Arwanti Homestay. Daar is een ruime bungalow met douche en westers toilet beschikbaar. Moni is een toeristisch trekpleister want het vormt het vertrekpunt van dé bezienswaardigheid van Flores, de beklimming (per brommer) van de vulkaan Kelimutu. Die is beroemd omdat het kratermeer over de jaren heen telkens een andere kleur aanneemt. Aangezien de beklimming ’s morgens om 4.30 uur begint, besluit ik ook in Moni twee nachten te blijven. Ik hoorde van andere mensen dat er wegens regen en wolken vanmorgen vroeg niet veel te zien was op Kelimutu. Heb daarom gevraagd of het ook om 9 uur ’s morgens kan. Dan heb ik meer tijd om uit te slapen, de meeste toeristen zijn dan al weer vertrokken. Weliswaar geen mytieke zonsopgang maar misschien wel droog en helder weer. Vanavond werd ik meegevraagd naar een plaatselijk bruilofstfeest. Ik heb het echtpaar, waarvan de bruidegom nogal bedrukt keek en de bruid een klein kind de borst gaf, de gebruikelijke gift in geld overhandigd. In ruil daarvoor gratis eten en drank. Arak en Bintang vermengd met lokale rode wijn. Ik maakte kennis met een Oost-Duitser van middelbare leeftijd, getrouwd met een vrouw uit Moni. Hij vertelde dat zijn vrouw naar verwachting vandaag zou bevallen. Het echtpaar woont afwisselend in Berlijn en in Moni. Het bruilofstfeest is vooral een avond van keiharde muziek (Engelse popsongs ‘meezingers’ vertaald naar het Indonesisch) drinken en veel dansen. De tieners zijn hip gekleed en de wat oudere dames hebben mooie sjaals van goudbrokaat om. Na zelf ook de nodige deank genuttigd te hebben, houd ik het feest om 9 uur voor gezien en keer terug naar m’n bungalow.

 

31 Juli – Paga

Van:Paga Naar: Moni

ODO: 0,0 km Dag: 0,0 km Avg: o km/h Temp: 30 0C

Max Climb %: Avg Climb%: Max Alti: 0m Tot Alti:

 

Ik slaap op zich goed maar word regelmatig wakker van de jeuk van de wespensteek. M’n hele linker hand is flink opgezwollen en mijn pink is deels geel van kleur. Het heeft vannacht flink geregend en als ik om 8 uur op sta, zijn de bergen gehuld in dikke wolken. Dat belooft niet veel goeds voor het uitzicht op de Kelimutu. Ik besluit het bezoek daarom af te zeggen. Van de deposit van 50,000rp die ik de vorige dag heb betaald, ontvang ik 30.000rp terug. Het ontbijt bestaat uit brood gevuld met banaan en thee. Ik raak aan de praat met een Nederlandse jongen die krap bij kas zit op dat hij zich niet had gerealiseerd dat het in Moni niet mogelijk is om geld te wisselen. Ik geef hem 50.000rp om hem uit de ergste nood te helpen. Ik vraag de vrouw van de Homestay wat zevan mijn ontstoken hand denken. Dat komt er een potje menthol zalf tevoorschijn en wordt m’n hand uitgebreid ingesmeerd. Later stelt ze voor een beter middeltje voor me te kopen. Dat kost wel 10.000rp, die ik haar geef. Even later komt ze terug dat het middeltje 15.000rp kost. Ik weiger meer te betalen. Tenslotte komt er een flesje Minyak Gosok tevoorschijn met een grote bij, wesp, of vlieg afgebeeld op het etiket. Ook dit middel wordt uitgebreid op mijn hand gesmeerd. Een oude vrouw biedt aan mijn hand te masseren, maar dit aanbod sla ik voorlopig af. Ik wil eerst wel eens zien of het middel uit het flesje enige uitwerking heeft. Even later vraagt ze of ik haar een schaar kan lenen waarmee ze een ingescheurde nagel kan wegknippen. Het schaartje aan mijn zakmes biedt hiervoor uitkomst. Met regelmatige tussenpozen wordt met gevraagd of ik (a) toch niet naar de Kelimutu wil, (b) vanavond naar de dansvoorstelling wil of (c) een sarong van Ikat wil. Deze voorstellen sla ik af waarbij verwijzend naar mijn pijnlijke hand een goed excuus blijkt te zijn.

 

In een dorpje 1,5km hier vandaan woont een Nederlands stel dat een boekhandel drijft en graag boeken wil ruilen. Na een wandeling door de rijstvelden en aangkomen bij de bookshop bijkt er niemand aanwezig. Ik krijg de raad om het vanmiddag opnieuw te proberen. Tijdens de wandeling terug is het alweer aardig warm geworden. Regelmatig moet ik het zweet van m’n voorhoofd vegen. Na een kop thee een portie Nasi Campu (rijst met groenten en gebakken ei). Het bord gaat er samen met een fles Bintang nu probleemloos in. Eigenlijk lust ik nog wel een portie, want de porties zijn niet al te groot. In het restaurant hebben zich intussen twee groepjes Nederlanders neergelaten. Een gezin met twee ‘Andrea’s’, de zoon en nog een ander stel ook zijn er vier Fransen. Nederalnds en Frans hoor je hier trouwens overal om je heen. De meesten gaan de andere kant uit dan ik, ze gaan richting Maumere en verder. Na het avondeten samen met de Nederlanders, waarmee overigens geen contact is, naar een traditionele dansvoorstelling door het plaatselijke dansgroepje. Het verwelkomen van het dorpshoofd, de Kelimutu, de oogst en dat soort zaken wordt gedanst en gezongen. Na afloop wordt geprobeerd plaatselijk Ikat sarongs te verkopen, maar dat is aan mij niet besteed.

 

1 Augustus – Ende

Vanmorgen toch maar weer met de bus, ditmaal van Moni naar Ende. Van een bezoek aan de Kelimutu met de drie heilige meren is wegens totale bewolkong niets terechtgekomen. Na een rit van ongeveer twee uur met de fiets achterop, in Ende aangekomen. Daar in een hotel ingechekt, m’n prepay kaart opgeladen en een internetcafe opgezocht. Morgen probeer ik Ruteng te bereiken.Ik sta vroeg op, maar besluit toch maar de bus naar Ende te nemen. Achteraf was de fiets ook wel mogelijk, want na 9km klimmen volgde een afwisselende vlakke en dalende weg naar Ende. Het landschap is typisch Indonesisch: we rijden over een smalle tweebaansweg met links en rechts het woud van palmbomen, bamboe en sawa’s. De bus stopt bij ieder dorpje om passagiers en voorraden in- en uit te laden. Tijdens de rit klinkt voorturend keiharde Indonensische schlagermuziek. De bus is redelijk vol maar ik heb of krijg altijd voldoende ruimte om te zitten. Ik vind dat volgens de beschikbare mogelijkheden verantwoord wordt gereden. Omdat de weg smal, maar goed geasfalteerd is, rjidt het verkeer noodzakelijkerwijs niet veel harder dan 40-50km/h. Ook wordt ingehouden voor brommers die langzamer rijden tot er een veilige inhaalmogelijkheid is. Tot nu toe nog een angstig moment in de bus.

 

In Ende is een kamer beschikbaar in Hotel Ikhlas met westers toilet en mandi. Na aankomst achter op een brommer naar een telecomwinkel waar ik mijn telefoontegoed flink kon opwaarderen en ook nog de gemiste usb-stick kon aanschaffen. Daarna naar de winkel van Telcomsel om internet en mms op mijn telefoon te activeren. Daarna naar een internetcafe om het blog en de email bij te werken en foto’s te uploaden. Gelijk had ik wel een virus te pakken, maar gelukkig viste de virusscanner die er uit. Door lle zaken die moeste gebeuren, kwam ik niet aan de lunch toe. Die heb ik ’s avonds ingehaald door behalve het gebruikelijke bord nasi goreng (dit keer telor) ook nog een bord noedelsoep met groenten naar binnen te werken. In tegenstelling tot de rest van Flores, dat overwegend katholiek is, is het hier bijna allemaal Moslim. Bier is in het hotel dan ook niet te krijgen.

‘S avonds op m’n kamer internet uitgeprobeerd. Mailen en surfen lukte niet, maar ik kon wel de bestanden downloaden om mijn virusscanner bij te werken. Vreemd. De mevrouw gevraagd naar info over de route van Ende richting Ruteng. Ik krijg verwarrende informatie over de mogelijkheden. In ieder geval krijg ik het advies om vroeg, voor 7 uur op de busterminal in Ende te zijn omdat dan de bussen richting Ruteng vertrekken. Het busstation ligt op 3km van het hotel. Mijn probleem is dat ik gezien mijn fysieke conditie de ambities van mijn dagafstanden behoorlijk moet terugschroeven. Dat heeft op zich geen gevolgen voor de beschikbare reistijd, maar ik wil wel de zekerheid dat er op de plaats van bestemming een overnachtingsmogelijkheid is. Als die er niet is, dan voel ik me gedwongen naar de volgende grote plaats te reizen en dat betekent haast per definitie de bus. Ik zet de wekker voor 6 uur.

 

2 Augustus – Ende – Bajawa

Als ik ’s morgens om 6 uur opsta en na het douchen uit mijn kamer kom, zegt de mevrouw van het hotel dat ik weer rustig kan gaan slapen en ontbijten omdat alle bussen richting Ruteng voor het hotel stoppen. Ik heb dus alle tijd. Als ik om half zeven geroepen word voor het ontbijt -een kop thee en een zoet broodje- is mevrouw van mening veraderd. Er stoppen helemaal geen bussen voor het hotel en ik kan beter naar de busterminal gaan. Hoe daar per fiets te komen geeft zij met een globaal armgebaar aan en zegt dat ik het onderweg maar verder aan de mensen moet vragen. De straten zijn op dit uur van de zondagmorgen echter nog vrijwel uitegstorven. Als ik op een T-splisting kom vraag ik in een klein winkeltje de weg. Een vriendelijke jongen biedt aan me op zijn brommer te begeleiden. Als ik de jongen volg, blijkt dat we ongeveer teruggaan in de richting waar ik net vandaan kwam. We gaan dan ook niet naar de busterminal waar we gisteren aankwamen, maar naar een andere terminal die aan de uitvalsweg naar Bajawa ligt. Dat is heel goed want de kans is groot dat hier de bussen staan die ik hebben moet. Voor de vriendelijke diensten wil de jongen met de brommer geen geld ontvangen. Na enig -zonder succes- onderhandelen over de prijs, betaal ik omgerekend 5 euro voor een rit van 130km. We zitten dan wel met minstens 18 man in een minibus van het formaat van een Amsterdamse ‘Stop&Go’. De conducteur hangt aan een arm buiten de deur en twee passagiers zitten buiten op het dak. Ik hoop maart dat ze niet van de gelegeheid profiteren om de inhoud van mijn fietstassen te inspecteren. Alle waardevolle spullen houd ik overigens bij me in de bus.

De rit gaat eerst een heel stuk over een vlaake weg langs de kust. (hadik dus wel kunnen fietsen). Op zee zijn verschillende vissersboten twee aan twee hun netten aan het uitzetten. De kustweg is bezaaid met dorpjes/nederzettingen. Daarna gaat het weer flink omhoog de bergen in. Tegen half twaalf kom ik aan op het busstation van Bajawa. Daar moet alles overgeladen in een nog kleiner busje (bemo). Samen met nog een passagier zit ik naast de bestuurder met mijn twee fietstassen, de stuurtas en m’n rugzak op schoot en druk met mijn been tegen de versnellingspook aan. Als dat maar goed gaat. En gelukkig gaat het goed, want na een kort stukje word ik afgezet bij Hotel Korina (er is ook een hotel Edelweis, maar dat is vol). Een gids biedt zich aan om mij achter oip zijn brommer mee te nemen voor een toer lang de tradiotenel dorpen van de Ngarrai. Kost 350.000rp plus nog een nacht in Bajawa. Weet nog niet ofik dat zal doen. Geld gepind en geluncht (nasi goreng daging en thee). Er is een internetcafe. Daar het blog en mail bijgewerkt. Hier kwam het vermogen blind te kunnen typen goed van pas, want op de meeste toetsen was de opdruk van de letters verdwenen. Daarna buiten een winkeltje een fles Bintang gedronken en naar het gebeuren op straat gekeken en nota genomen van de meest vreemde namen waarmee de bussen zich tooien: Schiphol, Nazareth, Titanic (slaat hopelijk niet op het einde van dit busje), Go Kill, Hery Poter (ook hier populair), Blondy Girl, Spider Bus, enz. In restaurant Camellia Nasi Campur gegeten en ervaringen uitgewisseld. We zijn het er over eens dat het op heel Flores wemelt van de Nederlanders, je komt ze ook werkelijk overal tegen!

 

3 Augustus – Bajawa – Waelengga

Van:Bajawa Naar: Waelennga

ODO: 110km Dag: 45,24km Avg: 18,40 km/h Temp: 29 0C

Max Climb %:16% Avg Climb%:3% Max Alti: 1116m Tot Alti:977

 

Als ik tegen 6.30 uur wakker word, giet het van de regen en is Bajawa door een wolkendek bedekt. Het zal toch niet waar zijn, net nu ik van plan was weer proberen te fietsen! Na het ontbijt, bestaande uit twee met iets onduidelijks gevulde bolletjes, een semi-hardgekookt ei en thee, is het opgehouden met regenen. Dus toch fietsen. Bij een winkeltje vul ik mijn watervoorraad aan en maak een praatje met Piet Patti, die een beetje Nederlands spreekt. Ik vertel hem van onze Piet in Amsterdam. Dan gaat het op de fiets omhoog terug naar de hoofdweg Bajawa – Ruteng – Labuan Bajo. Wat volgt is een spectaculair mooie afdaling naar Aimere en zee. De weg deel ik alleen met wat brommers die mij meestal vriendelijk toeterend begroeten. Dat begroeten geldt oook voor de mensen onderweg. De weg heb ik voor de rest bijna voor mijzelf alleen, omdat alle bussen, die om 7.00 uur tegelijk uit Bajawa zijn vertrokken, mij al ver vooruit zijn en de bussen uit Ende, Bajawa nog lang niet hebben bereikt. Onderweg word ik nog weer ingehaald en aangemoedigd door het nederlandse stel dat ik gisteravond aan tafel ontmoette. In hotel Korina had ik gelezen over prachtige bungalows aan zee in Waelengga. Hoewel mijn officiële bestemming Munde is, besluit ik in Waelengga (10km ten W van Aimere) een kijkje te nemen. Onderweg stop ik in Aimere om een kop thee te drinken. Ik beland echter niet in een rumah makan (eethuijse) maar wat een Arak (sterke drank) stokerij te zijn. Ook hier komen de foto’s van thuis en de ballonnen weer te voorschijn en vormen dankbaar onderwerp van gesprek. Aangekomen in Waelengga, staan er 5 schitterende bungalows op palen, direct aan zee (Mbalata bungalows, vertel het mar niet aan Lonely Planet!). Ik blijk de enige gast te zijn. De huisjes zijn kwa kwaliteit de top tot nu toe. Een mandi met westers toilet, regendocuchekop, wastafel, een bed met klamboe, schone witte lakens en een ‘Dutch wife’ op bed. Na een heerlijke nasi en gekookte groenten is het tijd voor de siesta. Lekker geslapen. Daarna een zeer uitgebreid avondeten met een hele pan rijst, diverse groenten, lombok (sambal), maar liefst twee gegrillde vissen die uit Aimere zijn gehaald en een fles lauwe Bintang uit de plaatselijke kiosk. Terwijl ik dit alles zit te verorberen, kijkt het personeel belangstellend toe. Na anderhalve vis en drie porties rijst is mijn maag al weer goed gevuld. Dan is het tijd om het blog bij te werken, te douchen en het bed weer op te zoeken.

 

 

 

 

 

 

Daar het blog en mail bijgewerkt. Hier kwam het vermogen blind te kunnen typen goed van pas, want op de meeste toetsen was  de opdruk van de letters verdwenen. Daarna buiten een winkeltje een fles Bintang gedronken en naar het gebeuren op straat gekeken en nota genomen van de meest vreemde namen waarmee de bussen zich tooien: Schiphol, Nazareth, Titanic (slaat hopelijk niet op het einde van dit busje), Go Kill, Hery Poter (ook hier populair), Blondy Girl, Spider Bus, enz. In restaurant Camellia Nasi Campur gegeten en ervaringen uitgewisseld. We zijn het er over eens dat het op heel Flores wemelt van de Nederlanders, je komt ze ook werkelijk overal tegen!

 

Maandag, 3 augustus 2009

 

Van:Bajawa   Naar: Waelennga
ODO: 110km Dag: 45,24km Avg: 18,40 km/h Temp:  29 0C
Max Climb %:16% Avg Climb%:3% Max Alti: 1116m Tot Alti:977

 

Als ik tegen 6.30 uur wakker word, giet het van de regen en is Bajawa door een wolkendek bedekt. Het zal toch niet waar zijn, net nu ik van plan was weer proberen te fietsen! Na het ontbijt, bestaande uit twee met iets onduidelijks gevulde bolletjes, een semi-hardgekookt ei en thee, is het opgehouden met regenen. Dus toch fietsen. Bij een winkeltje vul ik mijn watervoorraad aan en maak een praatje met Piet Patti, die een beetje Nederlands spreekt. Ik vertel hem van onze Piet in Amsterdam. Dan gaat het op de fiets omhoog terug naar de hoofdweg Bajawa – Ruteng – Labuan Bajo. Wat volgt is een spectaculair mooie afdaling naar Aimere en zee. De weg deel ik alleen met wat brommers die mij meestal vriendelijk toeterend begroeten. Dat begroeten geldt oook voor de mensen onderweg. De weg heb ik voor de rest bijna voor mijzelf alleen, omdat alle bussen, die om 7.00 uur tegelijk uit Bajawa zijn vertrokken, mij al ver vooruit zijn en de bussen uit Ende, Bajawa nog lang niet hebben bereikt. Onderweg word ik nog weer ingehaald en aangemoedigd door het nederlandse stel dat ik gisteravond aan tafel ontmoette. In hotel Korina had ik gelezen over prachtige bungalows aan zee in Waelengga. Hoewel mijn officiële bestemming Munde is, besluit ik in Waelengga (10km ten W van Aimere) een kijkje te nemen. Onderweg stop ik in Aimere om een kop thee te drinken. Ik beland echter niet in een rumah makan (eethuijse) maar wat een Arak (sterke drank) stokerij te zijn. Ook hier komen de foto’s van thuis en de ballonnen weer te voorschijn en vormen dankbaar onderwerp van gesprek. Aangekomen in Waelengga, staan er 5 schitterende bungalows op palen, direct aan zee (Mbalata bungalows, vertel het mar niet aan Lonely Planet!). Ik blijk de enige gast te zijn. De huisjes zijn kwa kwaliteit de top tot nu toe. Een mandi met westers toilet, regendocuchekop, wastafel, een bed met klamboe, schone witte lakens en een ‘Dutch wife’ op bed. Na een heerlijke nasi en gekookte groenten is het tijd voor de siesta. Lekker geslapen. Daarna een zeer uitgebreid avondeten met een hele pan rijst, diverse groenten, lombok (sambal), maar liefst twee gegrillde vissen die uit Aimere zijn gehaald en een fles lauwe Bintang uit de plaatselijke kiosk. Terwijl ik dit alles zit te verorberen, kijkt het personeel belangstellend toe. Na anderhalve vis en drie porties rijst is mijn maag al weer goed gevuld. Dan is het tijd om het blog bij te werken, te douchen en het bed weer op te zoeken.

 

Dinsdag, 4 augustus 2009

 

Van:Waelengga   Naar: Ruteng
ODO: 110km Dag: 36,80km Avg: 14,5km/h Temp:  29 0C
Max Climb %:10% Avg Climb%:3% Max Alti: 440m Tot Alti:1533

 

Ik word om 6.30uur vanzelf wakker. Douchen, spullen inpakken en dan ontbijten. Dit keer maar niet om nasi gevraagd; mijn maag is nog vol van gister avond. Ik moet het aanwezige personeel helpen met het optellen van de rekening. Twee maaltijden maken dat de rekening boven mijn daggemiddelde tot nu toe uitkomt, maar de locatie rechtvaardigt dit alleszins. Uitgaande van de kwaliteit van de kamer in relatie tot de kamerprijs is dit de absolute top tot nu toe. Als ik op de fiets stap is het intussen rond kwart voor acht. Vandaag is een dag van klimmen en dalen. Onderweg pauzeer ik voor thee bij een winkeltje. Opnieuw komen de foto’s tevoorschijn. Deze tip, Barbara, maakt het hele cursusgeld Indonesisch in één klap goed! Ik hoef nergens waar ik de foto’s laat zien voor mijn thee te betalen en het levert altijd een zeer geïnteresseerd publiek op. Het fietsen begint met een klim van zeeniveau naar 431m om vervolgens de laatste 10km af te dalen tot zo’n 150m in Borong. Alle winst van het klimmen is dus weer afgegeven. Het is rond 10 uur als ik in Borong aankom. Er is een hotel, maar voordat ik bsluit daar te informeren, stop ik bij een grote Warung om advies in te winnen over wat ik het beste kan doen. Het is nog vroeg op de dag en ik voel me nog fit. De weg naar Ruteng is echter voornamelijk klimmen over 50km. Met een zekere Jack, die voor een transportbedrijf in Surabaya werkt en hier op vakantie is, overleg ik over de mogelijkheden. Tussen Borong en Ruteng dat op ongeveer 1200 meter ligt zijn geen overnachtingsmogelijkheden. Halevwege schijnt alleen het spookdorp Sita te liggen. Ik informeer of ik het laatste stuk van Borong naar Ruteng per gemotoriseerd vervoer kan afleggen. De eigenaar van de winkel, die tevens eigenaar is van het naastgelegen benzinestation en ook een taxibedrijf bezit, zegt dat ik mee kan naar Ruteng met wat men noemt ‘private transport’. Dat zijn MPV’s voor zeven personen waar er vervolgens negen ingepropt worden (bagage op schoot). Wat dat betreft had ik in de wat grotere bussen meer beenruimte. De fiets gaat met een heleboel andere goederen, zakken met rijst, kaphout, enz. op het dak. Op de achterste zitbank maak ik kennis met Johannes een 19-jarige student wiskunde uit Kupang. Ik gebrekkig Engels en Bahasa converseren we over ditjes en datjes. Hij is op weg naar Ruteng voor een reünie van zijn middelbare school. Hij adviseert me om in hotel Dahlia intrek te nemen. Daar krijg ik een VIP-room met westers toilet, mandi en twee bedden. Verder is het kwa reinheid de standaard tot nu toe. Alleen de tegelvloer in de kamer is kraakhelder, de rest is verwaarloosd en heeft al lang geleden zijn beste tijd gehad. Ik denk maar niet na over hoe lang het geleden is dan dat het onderlaken voor het laatst is gewassen.

Na het inchecken in het hotel, ga ik op zoek naar een internetcafé om mijn blog en mail bij te werken. Bij de ingang van het hotel biedt Vicky, een jongen die in het kader van zijn opleiding stage loopt in het hotel, mij naar het Internetcafé te begeleiden. Onderweg blijkt hij niet helemaal op de hoogte van waar we moeten zijn (Ruteng is een ‘grote’ stad). Na enige omzwervingen komen we aan op de plek van bestemming. Het bijwerken van het blog en het checken van de mail gaat redelijk snel. Toch zit ik bijna een uur ahter het toetsenbord. Onderweg terug naar het hotel wil Vicky graag met mij op de foto. En dus gaan we naar een foto waar we tegen een schilderachtig, arcadisch, landschap op de foto worden gezet. Omdat de jongeman mij de hele weg heeft begeleid, betaal ik zijn foto. Nu maar hopen dat ik later niet als een soort Benno word beschouwd. Bij terugkeer naar het hotel is een andere stagiaire net bezig mijn bed te verschonen. Ik krijg zelfs een heus handdoek. Aangezien mijn volgende bestemming de 120km verderop gelegen havenplaats Labuan Bajo is, infomeer ik in het hotel of er op de route ovrenachtingsmogelijkheden zijn. In dit nog steeds bergachtige gebied schat ik niet in 120km op een dag af te kunnen leggen. Die zijn er volgens het hotel niet, of het hotel is gewoon niet op de hoogte van wat zich zover buiten Ruteng afspeelt. Tegenover hotel Dahlia is restaurant Agape gelegen en daar ga ik voor het avondeten naar toe (de lunch dit keer overgeslagen). Daar raak ik aan de praat met een Salvadoraan die in de olie werkt en twee Zwitsers. Ze zijn met een privéchauffeur onderweg. Volgens de chauffeur zijn er onderweg voldoende mogelijkheden en dat stelt me wel wat gerust. Gaandeweg ontspint zich een leuke discussie over fietsreizen en belanden we ongemerkt in een gesprek over het klimaatprobleem en over wat er verder zoal in de wereld aan problemen zijn. Tegen 20.00uur keer ik terug naar m’n hotel om te douchen en voor te bereiden op de dag van morgen.

 

Woensdag, 5 augustus 2009

 

Van:Ruteng   Naar: Lembor
ODO: 214km Dag: 65,36km Avg: 15,6km/h Temp:  29 0C
Max Climb:14% Avg Climb:4% Max Alti: 1118m Tot Alti:2309m

 

Ik word om 5.45uur wakker, pak m’n spullen in en sta even na 6.00 uur buiten het hotel. Het is oms een wat vreemde gedachten, dat op het moment dat ik op de fiets stap, men zich in Nederland opmaakt om te gaan slapen. Eerst nog even naar de bank om geld te pinnen want in de Lonely Planet (uitgave 2006) staat dat er in Labuan Bajo geen mogelijkheid is. Hoewel het gemiddelde van mijn uitgaven nog steeds rond de 20 euro all-in schommelt, lijkt het me toch verstandig de voooraad weer wat aan te vullen. De koers van de Rupiah ligt rond de 14.000p voor 1 euro.Ik zelf houd het conservatief op 12.000:1. Het grootste biljet dat uit de PIN-automaat komt is 50.000Rp. Dan zijn er biljet van 20.000, 10.000, 5.000, 1.000 munten van 500en 200Rp. Je kunt je voorstellen dat deze geringe waarde ertoe leidt dat m’n portemonnee uitpuilt van de biljetten. Bij het betalen is het dus altijd goed uitkijken. Aanvankelijk daalt de weg maar van het totale traject is ongeveer de helft dalen en klimmen. De soms steile klimmen doen nog steeds een aanslag op de conditie. Onderweg pauzeer ik weer meermalen volgens het gebruikelijke ritueel: thee en foto’s bespreken. Als tijdens een bijzonder steil stukje het even niet wil, zie ik een groepje van 5 vrouwen, variërend van oma tot tiemer die langs de weg in het bos bezig zijn planten te verzamelen. Als ik uitleg dat ik even moet rusten om bij te komen, nodigen ze me uit om kofiie, die ter plaatse wordt gezet, met hen te drinken. Hoewel ik even te moe ben om de foto’s tevoorschijn te halen hebben we een gezellig en vrolijk gesprek over de bekende thema’s: gezin, geloof, waar kom je vandaan, hoe oud ben je. Ook bij een ander huis waar ik stop voor thee speelt het zelfde ritueel, aangevuld met de vraag of ik in hun houten huisje met twee slaapkamers wil slapen. Ik sla dit aanbod of want het is nog geen middag en als ik dan al zou slapen, komt er van de rest van de dag niet veel meer terecht. Als ik op een van de laatste heuvels word achtervolgd door een horde schoolkinderen (allemaal keurig in uniform) die alsmaar om geld of een kadootje vragen en aan mijn fiets zitten te plukken, verandert mijn moeheid in boosheid. Jangan! Jangan! (niet doen!) bijt ik ze toe terwijl ik ze op de helling probeer voor te blijven.

Rond het middaguur, na onderweg in een Warung nog water en biscuits te hebben ingeslagen, bereik ik Lembor. Daar staat een ‘hotel’ waar ik halt houd. Het is het primitiefste onderkomen tot nu toe, maar de enige mogelijkheid voor Labuan Bajo dat nogeens 50km verderop ligt. De vrouw van het hotel maakt een nasi met ei voor me klaar en daar maak ik gretig gerbruik van. Ik heb vanmorgen namelijk niet ontbeten (wel onderweg drie smaklijke mandarijnen gekocht). In het hotel verblijven vrachtwagenchauffeurs uit Java, Bali en Flores. Ook de baas van het hotel schuift aan als ik met hen een praatje maak. Om een uur of half zeven aan de overkant in een klein eethuisje nasi met twee gebakken eieren en twee schijfjes komkommer gegeten. En dan weer vroeg naar bed, want mijn wekker staat voor 5.30 afgesteld.

 

Donderdag, 6 augustus 2009

 

Van:Lembor   Naar: Lahuan Bajo
ODO: 239km Dag: 25,63km Avg: 15,6km/h Temp:  34 0C
Max Climb:14% Avg Climb:4% Max Alti: 1118m Tot Alti:2309m

 

Inderdaad: Ik zit veel is de bus. Vndaag ook weer 25 van de 62 km van Lembor per bus afgelegd. Uiteraard mijn gebrek aan conditie en training vooraf zijn in belangrijke mate de oorzaak dat ik vaak in de bus zit. Toch had niets mij kunnen voorbereiden op de condities hier. De wegen zigzaggen niet om de bergen heen, maar gaan er recht tegenop. Dat betekent vele erg steile klimmen en weinig gelegenheid om weer op adem te komen. Op de weg zelf is weinig schaduw en de hitte, de laatste dagen boven de dertig graden in combinatie de hoge luchtvochtigheid en het gebrek aan een briesje, maken het fietsen tot een opgave. En ik ben gewaarschuwd, want op Sumbawa schijnt het nog heter te zijn, boven de veertig graden. Ook moet ik bij mijn dagafstanden rekening houden op er een hotel is. Vannacht zat ik in een hotel dat tot dusver het absolute bodempunt is. Naast een opslagoplaats van bezine (stank), geen laken, enorm benauwd wegens geen ventilaltie. Goedkooop, dat wel. Als ik dan ’s morgens tegen vijf uur (in NL is het dan elf uur ’s avonds) mijn fiets ga inpakken en tegen zessen op de fiets stap met het ochtendgloren, dan kun je je voorstellen, dat de dag niet optimaal begint. Na een stuk op vier klimmen van 18% is het dan ook écht óp. Toch zit ik liever op de fiets, dan in de bus. Gewoon omdat je onderweg veel meer gezellige contacten met de mensen hebt. Maar op een dag als vandaag, had ik de laatste 62km naar Labuan Bajo (de laatse plaats in het westen van Flores) absoluut niet in z’n geheel kunnen afleggen. Ik heb er ruim 25, dus minder dan de helft van kunnen doen. Ook heb ik een vervelend hoestje opgelopen, misschien bezweet en kou gevat, misschien ook omdat door het verbranden van struikgewas langs de weg veel rook in het lucht hangt die je onvermijdelijk inademt. Ik blijf nog twee á drie dagen hier op Flores om bij te komen. Maak misschien een uitstapje naar Komodo (waar de laatste reuzehagedissen -varanen- ter wereld te vinden zijn. En dan per veerpont naar Sumbawa!

 

Vrijdag, 7 augustus 2009

 

Van:Labuan Bajo   Naar: Labuan Bajo       
ODO: 214km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  33 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1118m Tot Alti:2309m

 

Vandaag een rustdag in Labuan Bajo. Ik werd om 4.30uur gewekt door de moskee in de buurt. Om zeven uur opgestaan en de fiets ingepakt in verband met het verkassen naar het iets verderop gelegen hotel ‘Sunrise’. Met een mangodrank en een fruitsalad ontbeten in The Lounge. Een wandelingetje gemaakt naar de haven om te informeren over de procedure met betrekking tot de ferry. Ik moet om 7 uur bij het havenkantoor zijn om een kaartje voor mezelf en de fiets (150.000rp) te kopen. De boot vertrekt omstreeks 8 uur en de vaartijd bedraagt 8-9 uur. Om 11 uur uitgechecked in Bajobeach Hotel en verkast naar Sunrise. Beetje rondgehangen.De varanen op Rinca toch maar overgeslagen. Er zijn weer horden Nederlanders. Routeboekje Sumbawa wat doorgenomen. Siësta gehouden. Het is erg warm. Iedere beweging teveel leidt tot klam zweet. Vanavond weer eten in The Lounge. Geen uitstapje naar de varanen. Spullen inpakken en vroeg naar bed.

 

Zaterdag, 8 augustus 2009

 

Van:Labuan Bajo   Naar: Bima (Sumbawa)
ODO: 257km Dag: 15,16km Avg: 17,30km/h Temp:  34 0C
Max Climb:11% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:2852m

 

De wekker gaat om 6 uur. Halverwege het douchen houdt het water op. Het gewaarschuwde hotelpersoneel heeft geen oplossing. Na het inslaan van wat extra water voor onderweg, ben ik om 7 uur bij het kantoor van de veerdienst naar Sape. De overtocht, inclusief fiets, kost omgerekend 5 euro. Het is prachtig weer, de lucht is helder en de zee is vlak. Ik ben als een van de eersten aan boord en parkeer m’n fiets op het benedendek waar ook alle vrachtwagens, busjes en dergelijke worden geparkeerd. Ook alle losse vracht wordt wordt hier verstouwd. Met m’n bagage klim ik naar het passiegersdek en zoek een plek op een plastic stoel onder een afdak dat beschermt tegen de zon. Ik zit vlak bij een van de uiteinden van het schip en heb een goed uitzicht over zee. Verder zijn er winkeltjes waar je eten en snacks kunt kopen. Er is ook een binnenruimte met banken voor een groot tv-scherm. Ik kies echter voor een plek in de buitenlucht. Tijdens het laden is goed de drukte van het komen en gaan van de vele kleine bootjes in de haven. Veel van die bootjes zitten bomvol met mensen die kennelijk uit de omgeving naar Labuan Bajo komen. Ook zijn er de nodige speedboats en luxe yachten die cruises verzorgen of duikers naar een duikgebied brengen. In tegenstelling tot de vele verhalen over de slechte staat van de veerboten in Indonesië, ook deze modern en solide. In ieder geval zit alles goed onder de verf. Om negen uur, een uur later dan aangekondigd, geeft de scheepshoorn signaal en vertrekken we. We passeren Komodo noordelijk. De zee blijft spiegelglad. Er zijn geen vissen of vogels te bekennen. Een medepassagier Haris, die als toeristengids werkt en die ik eerder onderweg heb ontmoet, haalt een zakje padangrijst met vis voor me. Hij weigert mij te laten betalen. Rond half vier ’s middags komt Sape in zicht. We passeren een klein eilandje waarvan Haris me vertelt dat de bewoners hier zwaluwnesten kweken die voor veel geld naar China worden geëxporteerd en die een belangrijke bron van inkomsten voor Sumbawa zijn. Mijn gids zegt dat het geen probleem is om op de fiets nog voor het donker in Bima te zijn, 46 km verderop. Zijn uitleg over de vlakke weg en slechts één gematigde klim doen me vol goede moed op de fiets stappen. Het eerste stuk gaat het inderdaad rap. Ik passeer zelfs met ruime snelheid de paardenwagentjes (Ben Hur genaamd). Na een uur fietsen en weer een paar klimmen stop ik bij een winkeltje om water te kopen. Op mijn verzoek krijg ik een groot glas thee. Het beeld dat de eigenaar van het winkeltje schetst van de weg wijkt erg af van dat van Haris. Er zou minstens 10 km geklommen moeten worden en bovendien zou ik Bima niet voor het donker bereiken. De eigenaar waarschuwt met dat het onderweg gevaarlijk is en dat de politie helemaal niets doet. Omdat het ondertussen half vijf is geworden besluiten we dat het beter is het restant toch maar per bus af te leggen. Na enig wachten is er een bus die ons kan meenemen. De klim naar Bima blijkt inderdaad veel steiler en langer dan aanvankelijk gedacht. Bima had ik nooit voor het donker gehaald en er zijn onderweg geen andere overnachtingsmogelijkheden. Het is tegen 7 uur en donker als ik in hotel La’mbitu incheck. Ik heb Haris, die in Bima woont, uitgenodigd met mij te eten. In een restaurant om de hoek eten we allebei een chicken curry -die echter niet lijkt op curry, omdat er geen kruiden in zitten- en drinken een glas versgeperst ananassap.

 

Een terugblik op Flores

 

De Lonely Planet Indonesia (2006) zegt over fietsen op Flores:

 

“Cycling on volcanic Flores or mountainous Timor requires Tour de France levels of endurance, though some riders do travel across both islands using busses to get their bikes up the steepest inclines and freewheeling downhill”.

 

De beschrijving geeft precies weer hoe ik het fietsen hier heb ervaren. Van de totale afstand tussen Maumere en Labuan Bajo van 528km heb ik nog niet de helft, zo’n 240 km per fiets afgelegd. Het landschap is erg groen. de weg is over het algemeen erg goed (aan de slechte stukjes, meestal minder dan 100m, wordt gewerkt). De mensen zijn overal vriendelijk. In de toeristische plaatsen zoals Moni (Kelimutu vulkaan) en Labuan Bajo treedt het commerciële aspect van alle contacten op sterk op de voorgrond.  

Geld en prijzen

Geld pinnen was nergens een probleem. Hoewel de kamerpijzen zich in de bandbreedte van 150-250.000rp bewegen, is de kwaliteit niet altijd in overeenstemming met de gevraagde prijs. Er zijn niet altijd lakens/handdoeken beschikbaar. Het beloofde warm water is ook niet altijd beschikbaar.

Het eten is erg goedkoop. Een fles Bintang (0,62liter) kost op Flores 25.000rp. Een maaltijd kost 25.000rp of zoveel meer als je zelf wilt.

Telefonie en Internet

De dekking van het gsm netwerk is overal goed. Ik gebruik een prepaid kaart van Telkomsel (Simpati kaart) die met kraskaarten kan worden bijgevuld. Ik gebruik een least-cost-carrier nummer dat begint met 01019. Een gesprek van 10 minuten met Nederland kost circa 40.000rp, 3 euro. Je telefoneert dan wel via internet. Hetgeen betekent dat er 2 seconden vertraging zit tussen het spreken en het moment dat het gesprokene door de ontvanger wordt gehoord. Je moet us eigenlijk na iedere zin steeds ‘over’ zeggen als singaal dat de ander kan spreken. Ik heb ook een bedrag aan mobiel internet op mijn gsm laten zetten. Maar het is me tot nu toe, ook niet met hulp, gelukt hier gebruik van te maken.

 

Zondag, 9 augustus 2009

 

Van:Bima S8.4532E118.7254 Naar: Bima (Sumbawa)
ODO: 257km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  34 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:2852m

 

Om half vijf gewekt door de moskee. Doorgeslapen tot 8 uur. Toen werd geklopt en ontbijt (drie boterhammen, gebakken ei, thee) op de kamer gebracht. Uitgebreid dagboek en weblog bijgewerkt. Naar buiten. Het is druk en heet.Lopen op de stoep vergt veel aandacht. De stoepen zijn hier verhoogd omdat onder de stoep het riool loopt.In de stoep zijn openingen voor riooldeksels gemaakt. Deze deksels ontbreken echter. Door het gat kun je zien dat er geen water doorheen loopt, er ligt alleen afval. Naar een internetcafé om weblog bij te werken en mail te controleren. Op de TV voortdurend nieuws over de vermoedelijke uitschkeling van topterrorist Noordin M Top en het ontmantelen van een bomfabriek in de buurt van de woning van de president. Naar het voormalig paleis van de Sultan van Bima gelopen. Buiten oefenen meisjes een dansroutine. Er wordt ook een band opgebouwd, kennelijk is er manifestatie vanavond. Twee grote scheepsmasten van Oost-Indiëvaarders geven toegang tot het  paleiscomplex. Het paleis is een museum gevestigd, maar dat is vandaag, zondag, gesloten. Ik loop wat rond en stel vast dat het geheel een desolate indruk van verval en vervuiling is. Op het terrein is een kaal hertenkamp. De hertjes lopen deels buiten. In een warung geluncht op een portie nasi met kip. Ook weer gezellig praatje gemaakt. Op zoek naar een apotheek voor een hoestdrankje. In een supermarkt geslaagd. Ook op zoek geweest naar een luchtige strooien hoed, maar die niet gevonden. Er zijn alleen maar honkbalpetjes te koop. Het is druk op straat. Ik kom een Bemo tegen die onderhanden wordt genomen. De aanblik van een zo te zien totaal wrak dat met kunst- en vliegwerk wordt opgelapt, zet me wel aan het denken over de kwaliteit van de vervoermiddelen die ik regelmatig gebruik. En waarvan je aan de buitenkant niet kunt zien wat de staat binnenin is. Vanmiddag is een tijdlang de stroom uitgevallen. Vanavond nog wat toiletartikelen gekocht en wat zoute crackers voor onderweg. vanavond een portie nasi campur gegeten. Morgen weer vroeg op pad richting Dompu.

 

Maandag, 10 augustus 2009

 

Van:Bima S8.4532E118.7254 Naar: Dompu
ODO: 320km Dag: 62,86km Avg: 15,90km/h Temp:  34 0C
Max Climb:8% Avg Climb:3% Max Alti: 1164m Tot Alti:2852m

 

Vanmorgen om even voor half zes opgestaan, gedouched en de fietsspullen ingepakt. Het voor 6 uur bestelde ontbijt arriveert om half zeven. Het gebakken ei tussen twee boterhammen en een derde boterham met jam gaat er goed in. Ik heb er zin in. Vanaf vandaag volg ik het routeboekje van AWOL (zij het in tegengestelde richting) en dat geeft altijd zich op wat de fietser zo’n beetje te wachten staat. Bima ligt aan een binnenzee en om deze, gedeeltelijk opgedroogde, zee slingert zich een relatief goede en vlakke weg naar Dompu, 62 km verderop. In het opgedroogde deel van de binnenzee doet men aan zoutwinning. Ik passeer vele dorpjes en word overal toegeroepen. Bij m’n eerste stop na een uur fietsen herhaalt zich het gebruikelijke ritueel. Alleen is in dit geval bijzonder dat ik wel voor de koffie moet betalen. Bij een volgende stop tegenover een school komen de leraren een praatje met me maken. Hij geeft engelse les en de klassengrootte is 10 leerlingen. Wat me opvalt is dat de leraren met commando’s op een fluitje de gang van zaken bepalen. Als ik richting Dompu klim, zie ik onderweg loslopende aapjes. Die maken zich echter uit de voeten, zodra de fiets er aan komt. In de verschillende dorpjes wordt het plaatselijke vervoer verzorgd door paardenwagentjes, de Ben Hur’s. Zo te zien heeft Indonesië een vervoersinfrastructuur waar Amsterdam nog van kan leren. Buiten het centrum van de wat grotere steden zijn centrale busterminals ingericht. Dit zijn de vertrek- en eindpunten voor al het interlokale vervoer. Het kleinschalige en fijnmazige vervoer van en naar de dorpjes wordt verzorgd door de Bemo’s (minibusjes) en zoals hier, de paardenwagentjes. Daarnaast bieden veelal jongeren vervoer achterop hun brommer aan. Een ander opvallend punt is dat je nergens meer de gewone gloeilampen ziet. Het lijkt wel of iedereen (gratis aktie?) is overgeschakeld op spaarlampen.

 

Mijn derde een laatste stop op zo’n 6 km voor Dompu is de meest bjizondere van vandaag. Ik ben net een heuvel aan het beklimmen als een jonge moslima met de gebruikelijke vragen een praatje met mij begint. Vervolgens nodigt zij me uit om in de woning, die uit drie kamers bestaat, thee te drinken. Zij blijkt lerares aan de lagere school en geeft onder andere engels en aardsrijkskunde. Binnen de kortste keren is de woonkamer gevuld met familieleden van jong tot oud. Howel de conversatie de veilige onderwerpen beslaat, wordt toch over de corruptie van de politie geklaagd. Na de tweede kop thee wordt gevraagd of ik niet in de woning wil blijven slapen. Nurjanah, zo heet de lerares, biedt aan dat ik op een matras, of eventueel op de sofa kan blijven slapen. Dit aanbod sla ik beleefd af omdat ik besef dat het hebben van een buitenlandse gast toch voor het gastgezin de nodige offers vraagt -hoe graag men het ook aanbiedt- terwijl ik rijk genoeg ben om een hotel te kunnen betalen. Na het uitwisselen van adressen en het maken van de nodige familiefoto’s neem ik afscheid. Het laatste stuk naar Dompu stelt niet veel voor. Wel kost het wat moeite om hotel Wisma Samada vinden waar ik een standaard kamer met tafelventilator, mandi en westers toilet neem.

 

Dinsdag, 11 augustus 2009

 

Van:Dompu   Naar: Pidang (bij Empang)
ODO: 388km Dag: 69,59km Avg: 15,90km/h Temp:  36 0C
Max Climb:8% Avg Climb:3% Max Alti: 1164m Tot Alti:2852m

 

De dagetappe voor vandaag is 96 km. Ik start rod half zeven na een half kop koffie in het hotel. Na een aanvankelijk wat stevige klim (maar niet te vergelijken met Flores) slingert de deels matige (grof asfalt) en deels gladde weg zich langs de landtongen van de binnenzee van Bima (Saleh Baai). Het uitzicht is erg mooi en de dorpjes rijgen zich aaneen, hoewel er ook kilometerslange uitgestorven stukken weg zijn. De weg klimt 4% een landtong omhoog om vervolgens weer naar zeeniveau te dalen. Is het in de ochtend nog redelijk koel als ik stop voor twee gekookte maïskolven langs de weg gedurende de dag klimt de temparatuur naar 36graden. De klimmen naar de landtongen vallen me steeds zwaarder. Als ik in het dorpje Pidang stop om weer eens uit te rusten en wat Cola tw drinken, zit daar toevallig ook het hoofd van het dorp. Aan hem vraag ik of hij een kamer in het dorp voor me kan regelen. Hoewel het nog maar 27km naar Empang is en het nog drie uur licht is, heb ik het gevoel dat het mooi is geweest voor vandaag. Door alle inspanningen van de dag en de hitte, voel ik me steeds vaker duizelig bij het opstaan. Komt misschien door het lage aantal rode bloedlichaampjes als gevolg van de malariapillen of door het eenzijdige voedsel dat iedere dag uit een portie nasi met wat erbij bestaat.

 

Er volgt enig heen en weer gepraat over het bedrag dat ik bij een dorpsbewoner voor de nacht moet betalen. Ik probeer niet toe te geven en het dorpshoofd te bewegen zelf een prijs te noemen. Na enige tijd wordt voorgesteld de woning te bezoeken. Aldus gedaan. Het is een stenen huis met drie slaapkamers, een “officiële” ontvangstkamer met stoffen bankstel en twee stoelen, een ‘gewone’ woonkamer (geen stoelen, kleed op de vloer met TV, keukn en mandi. De kamers hebben stenen muren maar geen plafond. In de ontvangskamer beginnen de onderhandelingen opnieuw over de prijs.Ik vind dat ik minder moet betalen dan in een hotel. De vrouuw des huizes, Ani, voert de onderhandelingen. We worden het eens over een bedrag van 50.000rp voor de kamer, een warme maaltijd en gratis thee zoveel als gewenst. Na een heerlijke nasi met groenten (een soort spinazie gekookt in zout water) en gebakken ei, kijken we enige tijd TV. De actie om Noordin M Top uit te schakelen -intussen denk ik wel vier dagen oud- beheerst nog steeds het nieuws. Echt nieuw is dat het niet Noordin blijkt te zijn. Intussen heeft Ani, die eerst westers is gekleed, zich omgekeeld in muslimgewaad voo het avondgebed dat ze alleen en stil in een van de slaapkamers doet. Na de TV versplaatsen we ons naar het portiek van de woning. Binnen de kortste keren zitten er 19 kinderen en verschillende volwassenen om me heen. Omdat we het ritueel van de foto’s intussen achter de rug hebben, doen we oefeningen Engels: tellen, goede morgen, -middag, -avond, -nacht, alstublieft, dank u wel. De kinderen hebben er lol in. Dan is het tijd om te gaan slapen. Twee keer in de nacht word ik gewekt door de moskee, het lijkt wel of die pal naast de woning ligt, zo hard komt het gezang uit de luidsprekers.

 

Woensdag, 12 augustus 2009

 

Van: Pidang Naar: Empang
ODO: 415km Dag: 26,28km Avg: 16,70km/h/h Temp:  34 0C
Max Climb:9% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:4093m

 

Na een laatste kop thee en foto’s van het dorpje verlaat ik Pindang. Hoewel de verleiding er enigszins is om door te fiete naar Sumbawa Besar, besluit ik vandaag maar een kort ritje naar Empang te doen, gezien de inspanning van gister. Ook wil ik advies over mijn conditie. Na anderhalf uur fietsen beland ik in Empang. Ik zie een bord van het hotel dat ik moet hebben, maar fiets er glad voorbij. Dit kan het niet zijn! Alles potdicht. Als ik verder de plaats binnen fiets, informeer ik naar het hotel. Ik word terugverwezen naar de plek die ik net was gepasseerd. Als ik omkeer, blijkt er leven in het hotel. Het feitelijke hotel blijkt te bestaan uit een serie huisjes op palen in een nogal verwaarloosde tuin, mét bomen en een briesje. Er is een fan, een mandi en een westers toilet. Van de eignaar krijg ik een bord nasi. Lekker! Spoedig merk ik dat ik vanmorgen toch iets te vroeg ben opgestaan en besluit wat slaap in te halen. Dat lukt uitstekend want ik word tegen drie uur ’s middags weer wakker. Opnieuw afspoelen in de mandi en op zoek naar medisch advies. Men wijst me de weg naar een klein maar kraakhelder ziekenhuis. Ik beschrijf met m’n woordenboekje in de hand mijn duizeligheid en algemene slapte. Mijn bloeddruk wordt genomen, 140/90 en dat vinden de beide artsen en de verpleegster aan de hoge kant. Ik heb eerlijk gezegd geen idee wat (voor mij) normaal is. Ik krijg een strip vitaminepillen en wat zakjes isotone zoutoplossing om het verlies aan zout aan te vullen. Verder kan men geen bijzonderheden  ontdekken. Als ik voor het recept wil betalen, wordt dit geweigerd. Na het nodige aandringen lukte het me om een donatie van 50.000rp achter te laten. Het hospitaal kan ten slotte ook niet van de lucht leven. In het dorp is het feest. Overal zijn optochtjes van kinderen in alle leeftijden die keurig uitgedost in hun schooluniformen begeleid door ouders en leraren in het gelid langs straat marcheren. Op het centrale veld wordt een volleybalwedstrijd gespeeld een overal zijn kraampjes waar snacks worden verkocht. Een van de medegasten bied aan om met zijn auto me aar een eethuis 1 km verderop te brengen.Ik eet weer het gebruikelijke bord nasi, dit keer met een klein stukje kip erbij.

 

Donderdag, 13 augustus 2009

 

Van: Empang Naar: Sumbawa Besar
ODO: 478km Dag: 62,18km Avg: 17,20km/h Temp:  38 0C
Max Climb:27% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:4350m

 

Vanmorgen om 4.00 uur gewerkt door hevige diarrhee. Iets in het avondeten gisteravond? Wie zal ’t zeggen? Wel vervelend want de etappe van vandaag is 97 km. Wel over een meest vlakke weg. De weg blijkt echter in zeer slechte staat, slechter dan ik tot nu heb meegemaakt. Het grove asfalt en het steeds moeten ontwijken van de talrijke kuilen drukken het gemiddelde tempo aanzienlijk. Ik heb de indruk dat de weg tussen desa’s iets beter is dan in de desa zelf. Ik vraag me af of de desa’s zelf voor het onderhoud van hun eigen stuk weg moeten opdraaien. Als dat zo is, dan is het niet verwonderlijk. Er staan aanzienlijk meer moskeeën in de nieuwbouwsteigers, dan dat je werkers aan de weg bezig ziet. Dat was in Flores wel anders (en gunstiger). Ik stop om de 15km om uit te rusten en wat de drinken. De laatste tijd is dat steeds vaker een blikje Pocari Sweat, een isotone sportdrank. Omdatmhet hier nog steeds malariagebied is, fiets ik in vol ornaat. Lange broek en hemd met lange mouwen. Hemd en broek lopen daardoor vol met zweet en vormen hierdoor een soort van ‘wetsuit’ dat door z’n isolerende werking voorkomt dat ik voldoende afkoel. Als ik bij de tweede stop bij een eethuis stop om te ontbijten, blijkt m’n kleding volledig doorweekt en kan ik van de nasi geen hap naar binnen krijgen. Daarom de wetsuit verwisseld door m’n Dam-tot-Damloop Nike hardloopshirt. Ook rits ik de pijpen van m’n fietsbroek af. Dat voelt een stuk angenamer, maar nu staan armen en benen bloor aan de felle zon. Het is intussen 38C geworden. Dit deel van Sumbawa is opvallend dor en droog en op weg is er praktisch geen schaduw. De inspanning begint z’n effecten te tonen. Het voordurende geroep ‘Hello Mister’ begint steeds meer provocerend en minder oprecht en vriendelijk te klinken. In ieder geval heb ik steeds minder de neiging om enthousiast te reageren. Zekerals ik net een heuvel aan het beklimmen ben of de nodige kuilen in de weg moet vermijden. Na een derde stop op 52km en het eten van een gekookte maïskolf wordt het tijd om maar eens naar de bus te informeren. Volgens de mensen bij het winkeltje moet die er zo aankomen (nanti). Overigens is er nog een minder prettig aspect aan het uitrusten bij winkeltjes onderweg. Zonder uitzondering staat buiten de winkel een rek met rijen literflessen gevuld met benzine en afgestopt met een stuk stop. Een batterij Molotov-cocktails zou je kunnen zeggen. het zou me niets verbazen als er af en toe een winkel in de lucht vliegt, want de nabiujheid van benzine(damp) weerhoudt de aanwezigen ervan stevig te roken. In ieder geval zit je als fietser in de stank van benzine. Buiten het winkeltje ontstaat een hevige ruzie tussen een jongen vrouw en een of meer van de aanwezig mannen. Ik kan het geschreeuw niet zou goed volgen, maar als het woord ‘bier’ valt neem ik aandat het huishoudgeld hieraan wordt besteed. Het wachten begint echter lang te duren en ik voel me intussen voldoende opgeknapt om nog weer een stuk op de fiets te wagen. Als ik echter op 57km een bus kan aanhouden, gaat de rest van het traject weer per bus. Regelmatig word ik als de bus door een kuil gaat vanaf mijn zitplaats gelanceerd. Om de een of andere reden krijg ik steeds een plek op de achterse zitbank.

 

Hoewel het restant van de rit nog maar 40km is, voelt de rit alsof de afgelegde afstand twee keer zo lang is. Rond het middaguur bereiken we de centrale busterminal van Sumbawa Besar. Vandaar is het 5km fietsen naar het centrum waar ik voor twee dagen nijn intrek in hotel Tambora neem.Ik wil even aanzien hoe de situatie met de ingewanden zich ontwikkelt.

 

Vrijdag, 14 augustus 2009

 

Van: Sumbawa Besar Naar: Sumbawa Besar
ODO: 478km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  38 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:4350m

 

Vandaag weer een rustdag ingelast, ook de nodige correspondentie bij te werken. Naar een internetcafé gelopen en blog en mail bijgewerkt. Ik bn net klaar als het signaal wegvalt achterop een ojek naar het centrum om een zonnepetje te kopen. Terugewandeld naar het hotel. Zonnebrand en nog wat vitamine en oralit (zoutaanvulling) gekocht. Nu een wat langer verblijf op Kencana beach geen optie is, is het plan om het relaxen naar een van de Gili eilanden op Lombok te verplaatsen. Daartoe wil ik morgen per fiets naar Alas om de dag daarna de oversteek naar Lombok te maken. Vandaar langs de oostkant van Lombok langs de Rinjani vulkaan richting Gili eilanden.

 

Zaterdag, 15 augustus 2009

 

Van: Sumbawa Besar Naar: Alas
ODO: 546km Dag: 68,42km Avg: 17,60km/h Temp:  37 0C
Max Climb:10% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:4670m

 

Na een (mislukte) poging -de fiets mag niet mee- om van Sumbawa Besar naar Mataram op Lombok te vliegen en deze plaats als startpunt voor een rondje Lombok te kiezen, op de fiets gestapt voor de etappe Sumbawa – Alas. Alas is de laatste plaats met overnachtingsmogelijkheid voor de veerpont naar Lombok. De route is erg vlak en slingert zich voor een groot deel pal langs de mooie en kalme zee. Ik passeer viskwekerijen en vissersdorpjes, fiets langs mangrove en palmboombossen. Het wegdek is op een handvol korte stukken na, van goede kwaliteit. Een windje in de rug zorgt voor een aangenaam fietstempo. Onderwg zijn overal stalletjes met voor mij onbekende vruchten. In de doprjes wordt overal de laatste hand gelegd aan de versieringen voor de nationale feestdag op 17 augustus. Bannieren en vlaggen in de nationale kleuren rood-wit sieren alle officiële gebouwen. Alle bamboe hekken krijgen ook een nieuwe lik verf in de nationale tweekleur. Het valt op hoe iedereen bezig is met de voorbereidingen voor de 64-ste onafhanmkelijkheidsdag van Indoenesië. Iedrere middag paraderen schoolkinderen keurig in het gelid over de hoofdstraat van een plaats  onder veel publieke belangestelling.

Na zo’n anderhalf uur stop ik onderweg bij een warung (winkeltje) om te rusten en wat te drinken. Ik ben nu overgschakeld op het drinken van Sprite. Dat geeft een lekkerder gevoel in de mond dan Pocari Sweat dat eigenlijk naar dood water smaakt. De foto’s worden getoond en besproken. Twee kinderen spelen met een kat, die ook even aan mijn schoen komt ruiken. Geen herkenning van Boris, voor zover ik kan nagaan. Als ik om eten vraag -het is geen restuarant- wordt voor mij een bord Mie met gekookt ei klaargemaakt. De Mie drijft in een heerlijke, wat zoute vloeistof, die goed is als aanvulling op het zoutverlies. Na deze wat langere pauze is het tijd om weer op de fiets te stappen. Hoewel het gebied hier 100% moslim is (geen bier dus), staan regelmatig langs de weg kleine Hindu tempels. Uit sommige klinkt religieuze muziek. De onderkanten van de tempels en standbeelden zijn allemaal omwikkeld met sarongs, een eerbetoon aan de goden. Na nog een paar stops -de laatste paar km zijn toch nog steeds zwaar- bereik ik rond drie uur ’s middags Alas. In hotel Anda zijn de betere kamers vol, dus krijg ik een ‘ekonomi’ met fan, mandi (twee emmers) en een hurktoilet. Na een rustpauze lukt het om een klein beetje avondeten naar binnen te krijgen.

 

Morgen is het zo’n 24km naar Poto Tano. Vandaar uit vertrekt om de 45 minuten een veerboot voor de anderhalf uur durende overtocht naar Lombok. De bedoeling is om langs de oostkant (‘bovenkant’) om de vulkaan Rinjani te fietsen voor een klein weekje relaxen op een van de Gili-eilanden.

 

Zondag, 16 augustus 2009

 

Van: Alas Naar: Labuhan Pandan
ODO: 586km Dag: 40,33km Avg: 18,10km/h Temp:  34 0C
Max Climb:7% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:4772m

 

Vanmorgen wel vroeg wakker maar wat later opgestaan, want het is maar 24km naar de veerpont en vervolgens 15km naar Gili Lampu bungalows. De weg is goed en vlak en ruim voor 9 uur ben ik bij de pont. Na betaling van 25.000rp kunnen fiets en ik zelf aan boord. De zee is rustig en de prettige overtocht duurt ongeveer drie kwartier, zodat ik rond 10 uur op Lombok aan wal ga. De weg naar Labuhan Pandan is vlak en goed. Al snel passeer ik enkele reuzenbomen (Boabab?). Halverwege maak ik een pauze bij een Warung. Het is warm. Aan de overkant van de weg zie ik een waterpomp. Ik vraag of ik die mag gebruiken om af te spoelen. Dat kan, maar ik wordt verwezen naar de mandi bij een van de woningen. Daar kan ik even onder een flinke straal water wat verkoeling zoeken. Onderweg word ik ingehaald door een vrolijke groep ‘Hells Angels’. Alleen rijden ze niet op Harley Davidons, maar op een soort gekloonde Vespa’s, maar dan van een zeer oude jaargang. Er is zelfs een Vespa met zijspan. De berijders dragen allemaal Nazihelmen, sommige nog getooid met stierenhoorns. Maar het oogt allemaal erg onschuldig. Gili Lampu is een recreatiestrand en omdat het zondag is,is het een drukte van belang. Niet alleen in zee, waar gezwommen wordt en waar enome prauwen voor anker liggen, maar ook op het strand waar stalletjes allerlei snacks verkopen. Ik krijg er een ruime bungalow met een veranda, twee slaapkamers, mandi met douche en westers toilet. Na de siësta neem ik een kijkje op het strand, maar ga nog niet zwemmen. Morgen misschien. Het avondeten bestaat uit Mie Buah, miesoep met groenten, voor ’t eerst stukjes aardappel en tomaat en veel wortelen. De ietwat zoute/gepeperede soep bevalt me op dit moment beter dan de nasi die ik de laatste tijd eet.

 

Maandag, 17 augustus 2009 (64 Merdeka Indonesia)

 

Van: Labuhan Pandan Naar: Labuhan Pandan
ODO: 586km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  34 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:4772m

 

Zoals gebruikelijk werd ik om 04.00 uur wakker. Maar ik kon lekker blijven liggen, want vandaag is een rustdag. Ik zie dat ik signaal heb, dus kan snel gebruikmaken van de internetverbinding om het blog en de mail bij te werken. Ook het thuisfront aan de telefoon gekregen. Het is ruim een week geleden dat Ludy en ik elkaar gesproken hebben. Vanwege haar vele drukke activiteiten mist ze me niet. Rond half negen aan het ontbijt: thee met een tosti gevuld met ei. Na het ontbijt voor het eerst wat gedobberd in zee. Een jongen die met een gevaarlijjke harpoen aan het vissen is, wijst me op koraal vlakbij het strand. Ik zie inderdaad een paar brokstukken maar veel bijzonders is het niet. Dat zal moeten wachten tot mijn paar dagen relaxen op een van de Gili eilanden. In de centrale hal van de resort verzamelt zich een groep van een stuk of dertig kinderen. Het blijken allemaal weeskinderen die op deze feestdag een traktatie ontvangen. Als ik vraag of ik een foto mag maken wordt me duidelijk gemaakt dat ik zelf ook op de foto. Al met al een aandoenlijke aanblik als de kinderen herhaaldelijk ‘Amen’ moeten zeggen voordat ze hun aandeel van een prachtig opgemaakte rijstschotel te eten krijgen. Omdat het vandaag een feestdag is, geef ik de verantwoordelijke volwassene een kleine financiële bijdrage in de kosten. De rest van de dag lekker geluierd. Ik neem aan dat onafhankelijkheidsdag in de desa’s wordt gevierd, want hoewel het een officiële vrije dag is, is het betrekkelijk rustig op het strand. Ik luier wat, probeer me eens te scheren en lees de Lonely Planet na op de Gili eilanden. Hoe meer ik lees over de party-scene met dance/trance muziek die ’s avonds om elf uur begint en tot vier uur in de ochtend doorgaat, hoe minder het me trekt. Je hebt er schitterende natuur en prachtig snorkelen, maar kennelijk is dat niet genoeg want er moet volop gefeest worden. Waarom eigenlijk. Hier in Labuan Pandan is alles lekker eenvoudig en ook heel mooi. Ik besluit hier dan ook nog een extra dag te blijven om een snorkeltrip naar een eiland vlakbij de kust te maken. Via de eigenaar van het resort wordt een en ander geregeld.

 

Dinsdag, 18 augustus 2009 (Carnaval)

 

Van: Labuhan Pandan Naar: Labuhan Pandan
ODO: 586km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  34 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:4772m

 

Om 10.00 uur vertrek ik met een gids in een gemotoriseerde prauw naar een van de eilndjes voor de kust. En bounty eilanden zijn het wel. Na een klein half uur varen bereiken we het eiland waar ik de enige toerist van de dag blijk te zijn. Onder het toeziend oog van mijn gids waggel ik met zwemvliezen aan al zand scheppend naar het glasheldere water. Les 1: zwemvliezen pas aandoen als je in het water ligt. Rond een gedeelte van het eiland ligt een koraalrif dat zich vanaf zo’n twintig meter vanaf het strand uitstrekt en vervolgens vrijwel vertikaal in een peilloze diepte verdwijnt. De rand van deze afgrond wordt gemarkeerd door palen. Aangezien er een sterke aflandige wind staat, word ik gewaarschuwd binnen de grenzen van deze palen te blijven. Onder water is er intussen genoeg te zien. Koraal in diverse kleuren van vaal groen tot fel paars, zeewieren van diverse soorten en allerlei veelkleurige vissen. Zeer de moeite waard, ook al bestrijk ik maar een heel klein gebied. Na het snorkelen maak ik met de gids een wandeling rondom het eiland, dat beschermd natuurgebied is. Voor de instandhouding ervan moet aan de beheerder die een paar hutten op het eiland heeft,een kleine bijdrage worden betaald. De  laatste jaren doet Indonesië veel aan het herstel van de onderwaterflora die door vissen met dynamiet en cyanide veel heeft geleden. Het is dan ook verboden om vondsten uit zee als souvenir mee te nemen.

 

Terug  in de bungalow is het tijd voor een douche en lunch. ’s Middags is er in een wat groter dorp in de buurt carnaval. In deauto van de eigenaar van het resort gaan we er heen. Dit feest volgt als afsluiting op bevrijdingsdag en is vooral bestemd voor alle kinderen. Die trekken in groepen per school,uitgedost in de fraaiste traditionele kleding of in een fantasiecostuum langs een haag van ouders en familie naar een feestterrein. De stoet wordt aangevoerd door de kepala desa en zijn vrouw. Als de stoet van honderden, waarin ook een van de dochters uitgedost in een witte bruidsjapon  voorbij is getrokken, keren we terug naarhet resort. Het aanvankelijke idee om hier drie duiklessen met zuurstofflessen te nemen, laat ik varen als blijkt dat de genoemde prijs niet in rupiahs maar in Amerikaanse  dollars is bedoeld (factor 10 verschil). Ik besluit daarom uiteindelijk om hier nog één snorkeltocht te ondernemen en vanaf 20 augustus m’n reis over Lombok te hervatten.

 

Woensdag, 19 augustus 2009 (Voorbereiding Ramadan)

 

Van: Labuhan Pandan Naar: Labuhan Pandan
ODO: 586km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  34 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:4772m

 

Vanmorgen om 7 uur aan het ontbijt en om half acht aan boord van de prauw voor een tweede dag snorkelen. Mijn gids is opnieuw Budi, die me gisteren ook heeft begeleid. Er staat vandaag flink meer wind op zee en de golven hebben hier en daar schuimkoppen. We zetten nu koers naar het tweeling eiland van gisteren. Eigenlijk is het meer een atol, want het hele eiland -waar je in een half uur omheen loopt- is vlak en steekt hooguit twee meter boven de zeespiegel uit. We proberen eerst een flink stuk uit de kust te snorkelen, maar dat mislukt omdat ons scheepje door de wind niet voor anker wil blijven liggen. Daarom gaan we eerst aan land om vlakbij het strand te snorkelen. Het opnieuw een adembenemend schouwspel onder water. Er zijn heel veel verschillende soorten vissen in alle kleuren van de regenboog. Ook veel verschillende soorten levend, maar ook dood koraal. Daartussen diepblauwe zeesterren. Het is heerlijk om je gewoon door de stroming te laten voortstuwen terwijl je geniet van het schouwspel beneden je. Na enige tijd gedobberd te hebben, gaan we aan land. Het eilandje wordt bewoond door tien mannen die daar al dertig jaar van vader op zoon wonen. Ze mogen van de regering het eiland bewonen zonder belasting te hoeven betalen, op voorwaarde dat ze zorgen dat het eiland zijn ntuurlijke staat behoudt. Ze houden zich bezig met de visvangst en telen ophet land wat aardappelen. Iedere vrijdag varen ze met z’n allen naar het vasteland om de moskee en hun vrouwen en kinderen -die niet op het eiland komen- te bezoeken en vers drinkwater voor de komende week mee te nemen. Ze wonen in eenvoudige gevlochten hutjes en brengen met vissen en landbouw hun dagen door. Ik word uitgenodigd om in een van de hutjes een kijkje te nemen. Het is allemaal uiterst primitief. Een potje rijst staat te garen op een smeulend houtvuurtje en er is geen electriciteit, telefoon of televisie. Volgens mijn gids de ideale omstandigheden als je een lang leven wenst zonder haast en stress. Na de wandeling om het eiland is het tijd voor een tweede duik. De wind is wat gaan liggen en nu is het mogelijk om wat verder uit de kust te snorkelen. Ook hier weer dezelfde blik op de wondere wereld onder water. Voor de meegebrachte lunch gaan we naar het zelfde eiland waar we gisteren ook waren. De -koude- nasi campur gaat er na twee duiken uitstekend in. Dan is het tijd om terug te keren naar het vasteland.

 

Als we de kust naderen zien we op het strand honderden scholieren en studenten die met een tiental busjes (bemo’s) zijn aangevoerd. Mijn gids, Budi, legt uit dat de scholieren naar het strand komen om afstand te nemen van het afgelopen drukke schooljaar en om, zoals hij het zegt, hun ziel schoon te maken voor de komende Ramadan die rond 22 augustus begint. De studenten vertrekken aan het eind van de middag collectief. Omdat in de loop van gisteren de reislader van mijn mobiele telefoon het heeft begeven, informeer ik of er in de buurt een telefoonwinkel is waar ik een nieuwe kan kopen. Het blijkt dat ik daarvoor in Labuan Lombok moet zijn. Die plaats ligt op de route die ik morgen afleg, dus ik hoop dat het lukt, want op dit moment ben ik aangewezen op noodvoeding dmv penlight batterijen. Gelukkig is Nokia een universeel merk. Aan het eind van de middag nodigt Budi me uit om in de woning waar hij met zijn ouders en jongere broer woont, koffie te drinken. In zijn kampung wonen alle godsdiensten, Hindu, Moslim en Christen vreedzaam naast elkaar. Ik vraag Budi of alles zo rustig en traditioneel blijft als in 2010 de nieuwe internationale luchthaven op Lombok in gebruik wordt genomen. Vanaf dat moment kan Lombok rechtstreeks vanuit Europa en Azië worden aangevlogen zonder eerst Denpasar op Bali te hoeven aandoen. Budi meent dat de plaatselijke bevolking voldoende politieke invloed heeft om ongewenste invloeden en excessen tegen te houden. Ik ben benieuwd.

Na het avondeten, opnieuw Mie Quah, in het resort, word ik uitgenodigd om kennis te maken met een volgend fenomeen. Van een religieuze moslimschool zijn een groep meisjes naar het resort gekomen om zich voor te bereiden op Ramadan. Budi legt uit dat deze meisjes zeer strikt worden aangepakt. Voor iedere handeling die ze willen uitvoeren, moeten ze tevoren toestemming vragen en krijgen van de mannelijke leiding. Die loopt rond en geeft door een megafoon aanwijzingen aan de meisjes. De ene keer moeten ze zich verdelen in groepjes van telkens zes kinderen, de volgende keer moet er op commando een liedje worden gezongen. Ik mag kennis maken met de groep en de gebruikelijke vragen over mijzelf te hebben beantwoord, mag ik vragen of ik een foto mag maken. Ook hiervoor is toestemming nodig van de leiding, al zie ik dat enkele meisjes zonder  die af te wachten, alvast naar de plek gaan waar de foto zal worden gemaakt. Gelukkig zal Allah hen de gemaakte foto niet kwalijk nemen, want door de duisternis is op de foto geen enkel meisje herkenbaar in beeld. Dan is ht tijd om iedereen een goede nachtrust te wensen en mijzelf voor te bereiden op de fietstocht van morgen die me naar Tetebatu op de zuidhelling van de Rinjani vulkaan zal brengen, hopelijk voorzien van een nieuwe telefoonlader.

 

Donderdag, 20 augustus 2009

 

Van: Labuhan Pandan Naar: Tetebatu
ODO: 648km Dag: 61,4km Avg: 13,2km/h Temp:  30 0C
Max Climb:20% Avg Climb:3% Max Alti: 1164m Tot Alti:5600m

 

Na een tosti gevuld met ei en twee bananen verlaat ik rond half acht het heerlijke oord Gili Lampu. De weg gaat eerst terug naar de havenplaats Labuhan Lombok – van waar de veerboten naar Sumbawa vertrekken – om vervolgens over te gaan in de zeer drukke hoofdweg naar Mataram, de ‘hoofdstad’ van Lombok. De gids belooft nogal wat klimwerk en dat is inderdaad het geval. Vanaf zeeniveau stijgt de weg gestaag tot zo’n 250m hoogte in Magbasik. Dan buigt een zijweg naar af naar het noorden, de berg omhoog naar Tetebatu. Ik rijd verkeerd en kom tenslotte uit op een hoogte van bijna 650m. Na een afdaling over een zandweg door de jungle, waar zich Murphy’s Wet van de (Fiets)reiziger voordoet, bereik ik mijn bestemming op zo’n 640 meter hoogte. Tijdens de klim omhoog heb ik wel gezien dat ik prachtige terassen met rijstvelden passeer in een erg landelijk gebied, maar ik heb geen puf om foto’s te maken.

 

Murphy’s Wet van de (Fiets)reiziger luidt:

Op het moment dat je een bepaalde voorziening (een onderkomen voor de nacht, een eetgelegenheid, hulp bij het vinden van de weg) niet nodig hebt, zijn ze in overvloedige mate aanwezig. Heb je de voorziening dringend nodig dan is die in geen velden of wegen te ontdekken. Dit is een wetmatigheid die zich reeds vele malen in de praktijk heeft bewezen.

 

In ieder geval bereik ik op een gegeven moment een wat beter geasfalteerde weg en word ik in de juiste richting gewezen. Rond een uur of drie bereik ik dan Green Orry Cottages, waar ik na een bord Mie soep, mijn eerste fles Bintang bier sinds tijden kan genieten. Ik heb een prachtige kamer die in dit wat hoger gelegen gebied heerlijk koel is. Na een uitgebreide douche en siësta is het tijd om te gaan eten. Heerlijk, ook hier staat spaghetti carbonara op het menu. Behalve een Frans stel, is er niemand in het resort. Een gids van het hotel benadert me met het voorstel om morgen een begeleide wandeling te maken door de rijstvelden en de ‘Monkey Forest’ naar een waterval. Dat zijn behalve de ‘local crafts’ zoals, weven, pottenbakken en smidswerk zo’n beetje de trekpleisters van dit gebied. De beklimming van de vulkaan Rinjani is vanuit dit punt niet mogelijk. Daarvoor moet met starten in het noorden van Lombok vanuit het plaatsje Senaru.

 

Vrijdag, 21 augustus 2009

 

Van: Tetebatu Naar: Tetebatu
ODO: 648km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  30 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:5600m

 

Ik ontbijt op een roerei, twee sneetjes toast en thee. Even na 8 uur gaan Abdi, mijn gids, en ik op weg voor een wandeling door de rijstvelden naar de waterval. Ik krijg uitleg over de verschillende soorten bamboe en de toepassingen. De dikke soorten, die sterker zijn dan de Chinese variant, worden gebruikt voor de woningbouw. De dunnere soort voor de dakconstructie. De dunste soort waren de wapens van de guerillastrijders tegen de Nederlandse kolonisten. We wandelen over smalle dijkjes, niet breder dan een schoen, die de rijstvelden in verschillende percelen verdelen. Er zijn aparte veldjes voor iedere fase van de ontwikkeling van de rijstplant. Al naar gelang de rijping van de rijst wordt deze via een rotatiesysteem overgeplant naar een volgend veldje. Als de rijstkorrel rijp is, wordt deze geoogst. De vrouwen drogen de de rijst op matten in de zon. In de laatste fase wordt de rijst machinaal ontdaan van de vlies en is klaar voor distributie en consumptie.

De boeren in de omgeving verbouwen naast rijst ook veel tabak. Volgens Abdi kan de beste kwaliteit – die oranje van kleur hoort te zijn – zich meten met de beste kwaliteit Virginia tabak. De grootste, zwaarste en dikste bladeren bieden de beste kwaliteit. Een kilo Grade A tabak kost hier rond de 30.000rp. Er zit dan zo’n 14 kilo tabaksblad in verwerkt. De tabak wordt gedroogd in hoge stenen ovens. Ik vraag Abdi of het feit dat de meeste mensen hier in een stenen huis wonen betekent dat het hier goed boeren is. Abdi antwoordt dat velen enkele jaren in Maleisië in de plantages werken om voldoende te verdienen om bij terugkeer op Lombok een eigen woning te kunnen (laten) bouwen.

Na ongeveer twee uur wandelen door de rijstvelden komen we aan bij de toegang tot het nationale park. Hier moet 20.000rp entree worden betaald. Vanaf hier is het 1,5km naar de waterval Jeruk Manis (S8.5115E116.4232) waarvan men zegt dat het bijzonder bevordelijk is voor de haargroei. Abdi zal daar zeker in geloven, want hij maakt uitgebreid gebruik van de mogelijkheid om hier zijn haar te wassen. De waterval is zo’n 20m hoog, maar wegens het droge seizoen komt er niet erg veel water naar beneden. Na een paar foto’s is het tijd om weer terug te gaan. Op de terugweg passeren we Monkey Forest, waar bruine en zwarte apen leven, maar die laten zich vandaag niet zien. De rest van de terugweg wordt achterop een brommer afgelegd en rond half een zijn we weer terug in Green Orry Cottages. Tijd om op te frissen, een kaas-tomaat sandwich te eten en een glas vers geperst Papayasap te drinken.

De Nederlandse bezoeker hoeft zich wat lektuur betreft evenmin te vervelen. Een greep uit de meertalige boekenkast: Opzij (augustus 2009), Elsevier (Hoe red ik mijn pensioen), Libelle (zelfs hier op Lombok kan men weten dat Lineke Steenhuis namens De Oppepper voor de Libelle Ster is genomineerd). Voorts: Logica van het gevoel, De zijdeplantage, De bewoond vrouw, De Peetzoon, Het zijn net mensen en het Historische Nieuwsblad.

 

Zaterdag, 22 augustus 2009

 

Van: Tetebatu Naar: Sedau (Rinjani Golf Club)S8.5793E116.2414
ODO: 686km Dag: 38,13km Avg: 18,50km/h Temp:  30 0C
Max Climb:8% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:5797m

 

Vanaf Tetebatu volgt een lange afdeling langs nog eens veel tabaksplantages en -fabrieken, moskeeën naar de drukke hoofdweg naar Mataram, de hoofdplaats van Lombok. De weg is goed, stijgt en daalt en ik haal een behoorlijk tempo. Omdat de afslag naar Rinjani golf niet staat aangegeven en fiets 3km te ver door richting Mataram. Eenmaanl weer op het goede spoor wachten mij een paar verrassingen. In de eerste plaats blijkt mijn onderkomen de benedenverdieping van een riante villa met uitzicht op de 18e hole van de golfbaan, met – voor ’t eerst in bijna dertig dagen een écht bad met werkend warm water en een laundry service. Eindelijk kan ik mezelf en mijn kleding een behoorlijke schoonmaakbeurt geven. De tweede verrassing is dat ik de enige bezoeker van de baan ben. Mij wordt uitgelegd dat wegens Ramadan dit soort vermaak – evenals roken overigens – overdag uit den boze is. Het golfen gaat volgens het bekende Aziatische recept. Je krijgt – en betaalt voor – een caddy die feilloos je in de rough geslagen bal weet te spotten. En ook nog eens de stok aangeeft waarvan je zelf nog niet op het idee was gekomen dat je die nodig had. Vandaag was een ronde om de prachtige baan, wel vrij droog, met stug gras te verkennen. Een geweldige score was dan ook niet de eerste prioriteit (Ahumm…). Voor de Guppen: in Ahaus is een logobal van GEC Rinja Contry Club te winnen!! Na de golfronde met een taxi naar een PIN automaat om de geslonken financiën aan te vullen.

 

Zondag, 23augustus 2009

 

Van: Sedau Naar: Sedau (Rinjani Golf Club)
ODO: 686km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  30 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:5797m

 

Na een heerlijke nachtrust – wel met een onderbrekening om 01.43 uur om mail te versturen en blog bij te werken omdat er dan Internet signaal is – en na een ontbijt van roerei en toast, voor de tweede keer 18 holes gelopen. Helaas ging het niet veel beter dan gisteren: 111 slagen over 18 holes. De baan is niet moeilijk en de meeste holes zijn rechtoe-rechtaan. Er is een enkele waterpartij en die is gemakkelijk te vermijden, behalve voor mij dan. Er zijn een handvol spelers vanmorgen, maar om nu te zeggen dat het druk is op de baan. De baan is vrij droog en het gras is erg stug, een soort raai-gras, moeilijk om goed onder de bal te komen. De greens zijn over het algemeen weinig geonduleerd en keihard. Geen enkele aangespeelde bal blijft bijna op de green liggen. Na afloop een welverdiende Bintang gedronken met pinda’s erbij. Terug in mijn villa lekker opgefrist. Dan zie ik op het deksel van het toilet (bijgaande foto) een instructie voor Indonesiërs die nog niet zo aan een westers toilet. Hoewel ze er nu niet zijn, is het geheel hier erg ingesteld op Koreanen, Chinezen en Japanners, voor wie het spelen hier spotgoedkoop is. Dat blijkt onder ondere uit het menu en de kanalen die op TV worden getoond.

 

Maandag, 24 augustus 2009

 

Van: Sedau Naar:S8.5105E115.5712 Candi Dasa
ODO: 740km Dag: 53,77km Avg: 19,60km/h Temp:  30 0C
Max Climb:7% Avg Climb:2% Max Alti: 1164m Tot Alti:5993m

 

V’óór de wekker om half zeven afgaat, ben ik al wakker en m’n spullen aan het inpakken. Gisteravond tot laat een flauwe actiefilm op TV bekeken, om de 10 minuten film een reclameblok. Al snel zit ik weer op de hoofdweg naar Mataram. Omdat de weg licht daalt, ligt het tempo hoog. Al om 8.40 uur ben ik in Lembar. Dat is veel te vroeg om nog een hele dag door te brengen en dus fiets ik door naar de veerpont. Die staat gepland voor vertrek om 9.25 uur en dat is gunstig, want de overtocht duurt tussen de vier en vijf uur, afhankelijk van het weer. Ik kies een houten bank op een buitendek in de schaduw. Er staat een matige wind, kracht 4Bf met wat schuim op de golven. Af en toe deint het schip en siddert in de golfslag. Toch is het gezien het mooie weer een rustige overtocht. Aangekomen in de kustplaats Padang Bai fiets ik nog 13 kilometer door naar Candi Dasa, een redelijk toeristisch uitgaansoord voor zwemmer, snorkelaars en surfers. Na heyt welkomsdrankje, een kop soep informeer ik of er ansichtkaarten te koop zijn. Voor ’t eerst van alle plaatsen tot nu toe blijkt dat het geval. Ik koop er meteen 20 en zet me aan het schrijven en postzegels likken. Daarna koop ik in een supermarktje een fles bier en wat chips om de lijm weg te spoelen. In de homestay Kelapa Mas, waar ik logeer, is vanavond een Balinese dansvoorstelling. Drie kleine meisjes, waarvan de jongste schat ik maximaal zes jaar oud is, voeren in prachtige goudbrokaten costuums de zeer gestileerde dansfiguren uit. Die drukken voor een deel de angst uit voor kwade geesten en de hoop dat de goden welgezind zullen zijn. Daarna treedt nog een ouder meisje solo op.

 

Dinsdag, 25 augustus 2009

 

Van: Candi Dasa Naar:S8.5105E115.5712 Tirti Gangga
ODO: 761km Dag: 21,63km Avg: 13,60km/h Temp:  30 0C
Max Climb:3% Avg Climb:10% Max Alti: 1164m Tot Alti:6395m

 

De fietsgids schrijft voor vandaag een korte etappe voor die leidt naar het waterpaleis in Tirti Gangga (Homestay Rijasa). Viel mij de nadrukkelijke aanwezigheid van het Moslimgeloof op Sumbawa en Lombok op, niet alleen door de vele moskeeën, maar vooral door de ‘wekdienst’ van het ochtendgebed tussen vier en vijf uur, hier op Bali is het Hindugeloof in overtreffende trap aanwezig. Minder luidruchtig, maar wel overal aanwezig. Ieder huis is voorzien van een tempeltje of een plek waar iedere dag een nieuwe offergave voor de goden wordt klaargezet. Dit zijn kunstig opgemaakte bloemstukjes die voor iedere woning op straat staan. Het waterpaleis is gebouwd door de rajah van Amlapura en is gebouwd in 1948. In 1963 is het beschadigd door een uitbarsting van de Gunung Agung vulkaan. Het complex bestaat uit een aantal vijvers met waterspuitende mythologische dieren er omheen.

 

Woensdag, 26 augustus 2009

 

Van: Tirti Gangga Naar:S8.351E115.6843 Amed/Lipah
ODO: 761km Dag: 20,62km Avg: 16,20km/h Temp:  32 0C
Max Climb:14% Avg Climb:3% Max Alti: 1164m Tot Alti:6529m

 

Ook vandag volgens de gids weer een korte etappe met daarin een daling van 14km (die gister zijn geklommen). We zitten hier op zeeniveau. Direct na de start ben ik getuige van een uitgebreide offerceremonie naast een klein stroompje. Vrouwen in witte sarongs brengen offers en branden wierook. Een traditioneel orkes zit klaarom op te treden. Wanneer dat gaat beginnen, wordt niet helemaal duidelijk. Onderweg stop ik bij een bedrijfje waar houten huistempels worden gemaakt. Ik mag het handwerk fotograferen. Even later passeer ik een kleine, maar met prachtig verguld houstnijwerk, pura (tempel). Ik tooi me voor de gelegenheid in mijn blauwe met gouddraad versierde sarong die ik a enig afdingen op de veerpont van Lombok naar Bali heb gekocht. Omdat de weg daalt naar de zee, zijn hier prachtige vergezichten van de rijstterrassen, die ‘kalenderfoto’s’ opleveren. Na op het laatst een paar korte maar steile klimmetjes en vele onderkomens arriveer ik op het Vienna Beach resort, dat pal aan zee ligt. Mijn bungalow staat pal aan het zwarte zandstrand. Het gebied hier is erg toeristisch en trekt vooral duikers en surfers. Ik maak daar geen gebruik van, maar kies voor een dag lekker relaxen. Vienna Beach Cottages is aangelegd in een schitterend verzorgde tuin. Ik heb van enkele bloemen opnamen gemaakt…

 

Donderdag, 27 augustus 2009

 

Van: Amed Naar:S8.2775E115.5943 Tulamben
ODO: 761km Dag: 18,70km Avg: 15,20km/h Temp:  32 0C
Max Climb:14% Avg Climb:3% Max Alti: 1164m Tot Alti:6726m

 

Vandaag was de laatste dag van een serie korte ritten. Morgen vervolgt de reis langs de kust over zo’n 50km. De rit van vandaag bestond voor ongeveer de helft uit het laatste stuk van gisteren en dus een heel kort nieuw stuk langs de kust. Onderweg zie ik de voorbereidingen voor het inwijdingsritueel van en nieuw huis. Veel dorpsbewoners hebben zich met offergaven verzameld rond een kuil waaruit eerst, naar ik aanneem een heilige boom, wordt verwijderd. Vervolgens worden er geslecteerde  takken en kokosnoten in de kuil geplaatst. Tulamben is druk, want een gelief oord voor duikers. In 1943 is hier het Amerikaanse vrachtschip Liberty met aan boord rubber en spoorwegonderdelen getorpedeerd. Tijdens de vulkaanuitbarsting van 1963 is het schip richting strand geslingerd en in tweeën gebroken. Nu zijn er dagelijks tot wel vijftig duikers rond het schip, dat op 40m diepte ligt. Paradise Beach bungalows met een restaurant aan het strand, wordt dan ook voornamelijk bevolkt door duikliefhebbers, waaronder opvallend veel Japanners. Ik huur een snorkel en zwem wat rond. De onderwaterflora is niet zo mooi als op oost Lombok, er zijn veel stenen en weinig koraal (althans waar ik was). Wel zijn er veel heel mooi gekleurde vissen. Terwijl de duikers genieten van hun sport, sjouwt het personeel met twee, soms drie zuurstofflesen en andere uitrusting van en naar het strand. Veel duikers boeken een rondreis in een minibusje, waarbij iedere dag op een andere locatie wordt gedoken.

 

Vrijdag, 28 augustus 2009

 

Van: Tulamben Naar:S8.0800E115.2207 Air Sanih (Yeh Sanih)
ODO: 857km Dag: 56,76km Avg: 19,70km/h Temp:  37 0C
Max Climb:5% Avg Climb:1% Max Alti: 1164m Tot Alti:6952m

 

Vanmorgen rond 8 uur vertrokken. De weg loopt langs zee en stijgt en daalt gematigd. Goede benen vandaag, want er zit een lekker tempo in. De weg voert door verscheidene desa’s. De provincie heeft kennelijk geld gekregen voor de aanschaf van verkeersborden, want bij elk heuveltje, dipje of daling prijkt nu een fris geel bord. Niet eerder gezien. Een andere contractie: in de dorpen zijn zebrapaden op de weg geschilderd: een zinloze actie want het verkeer laat zich aan de voetganger werkelijk niets gelegen liggen. Rechts de zee, links de bergen. Daar kijk ik maar niet al te veel naar, want als ik de hellingen zie waar ik de komende dagen tegenop moet, bekruipt me een angstig gevoel. Niet teveel aan denken, we zien het wel als het zo ver is. Op 35km gestopt voor een blikje Sprite en een praatje over het weer in een Warung. Deze etappe van 50km kost me minder moeite dan vergelijkbare die ik achter de rug heb. Aangekomen in Air Sanih tref ik niemand aan in Hotel Putri Sanih waarvoor ik mij had aangemeld. Ook verkeren de bungalows, die volgens de gids in 2008 gerenoveerd zouden worden, in semi-gesloopte staat. Al met al maakt het geheel geen prettige indruk. Ik fiets heen en weer op zoek naar iets beters. Villa Cleopatra blijkt gesloten. Onderweg word ik aangesproken door een man op een brommer die mij Homestay Papaya aanbeveelt. Ik neem een kijkje in het complex dat uit drie huisjes in het bos bestaat. Na een korte onderhandeling zijn we het eens over de prijs en neem ik mijn intrek. Een fles Bintang, lekker douchen en daarna in het om de hoek gelegen restaurant Ikan Laut mijn gebruikelijke Mie soep gegeten. Lekker zout. Terwijl ik zit te eten, schuift eigenaar Widi aan. Hij spreekt goed Engels dus in half Bahasa en half Engels praten we over de eisen die de toerist aan een verblijf stelt. Uiteraard worden ook de familiegegevens uitgewisseld. Hij wijst me ook nog op het openbare zoetwaterzwembad dat op loopafstand ligt. Aangenaam. Ik ga er zwemmen. Het bad grenst aan zee en bestaat uit verschillende baden. De omgeving is beplant met bloemrijke struiken en palmbomen. Heerlijk om een beetje op je rug rond te drijven en te genieten van het natuurschoon om me heen. Bij het bad hoort ook nog een tempeltje. Na het zwemmen ga ik van de mooie bloemen foto’s maken. Teveel om op dit blog te zetten. Vanavond voor het eerst gegrillde vis met rijst en Bali saus (rode pepertjes en uienringetjes) gegeten. Lekker!

 

Zaterdag, 29 augustus 2009

 

Van: Air Sanih (Yeh Sanik) Naar:S8.2667E115.0546 Munduk
ODO: 914km Dag: 56,25km Avg: 14,20km/h Temp:  34 0C
Max Climb:18% Avg Climb:4% Max Alti: 1164m Tot Alti:7811m

 

De matras waarop ik sliep, was een beetje zacht en bobbelig en daardoor niet zo goed geslapen. Werd om vijf uur wakker. Om zes uur gedouched, en spullen ingepakt. Om zeven uur naar Ikan Bakar voor het ontbijt. Dit keer voor het eerst pancake met stroop. Daarna op weg. Als eerste passeer ik de Pura Maduwe waar de Nederlandse fietser W.O.J. Nieuwenhuis in bermuda opeen standbeeld zou zijn vereeuwigd. Nieuwenhuis zou in 1904 Bali hebben rondgefietst. Helaas is de Pura op dat moment nog zeker een uur gesloten, waardoor ik mij niet met deze held op de foto kan zetten. Jammer. Mijn doel voor vandaag is een villa in het dorp Rangdu, de berg op. De zeer luxe villa, gelegen in een park met zwembad, ligt echter met USD120 per nacht buiten mijn budget. Daarom fiets ik door naar de volgende bestemming, Munduk 11km verderop. De gids beschrijft de tocht als zeer zwaar. Met name het stuk vanaf de kustplaats Seririt stijgt vrijwel onafgebroken, waardoorik voor het eerst voor enkele stukken naar het kleinste voorblad moet. Met de nodige rustpauzes, onderbroken voor een Mie Kuah en enkele blikjes Sprite/Cola, bereik ik rond het middaguur Munduk. Deze plaats ligt op circa 740m hoogte op de helling van de Gunung Catur en Sangiyan. Het is er dan ook een stuk koeler en dat is aangenaam. Mijn plan is om hier twee dagen te blijven. De Gurung Ratna Homestay organiseert workshops Balinees weven en Balinees koken. dat laatste lijkt me wel leuk om mee te maken. Morgen om vier uur ’s middags krijg ik een twee uur durende privéles en mag het zelfgemaakte uiteraard opeten. Ik verheug me er op. Je kunt je ook laten masseren en ik denk dat mijn spieren wel enige ontspanning kunnen gebruiken. Misschien ook iets voor morgen. De trekking door de rijstvelden hier sla ik over, want dat heb ik in Tetebatu al een keer meegemaakt.

 

Zondag, 30 augustus 2009

 

Van: Munduk Naar:S8.2667E115.0546 Munduk
ODO: 914km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  34 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1164m Tot Alti:7811m

 

Vanmorgen lekker uitgeslapen. Na het ontbijt van vruchtensalade en toast met jam en stukje door het dorp gewandeld en iets verkend van wat mij morgen te wachten staat. Zoals de gids beschrijft: zéér zwaar en ongelooflijk steile stukken. De lucht hier is zwaar bezwangerd met de geur van kruidnagelen. Zoals vrijwel ieder dorp, heeft ook Munduk zijn standbeeld om de strijd voor onafhankelijkheid te eren. Na de wandeling een lekkere verse vruchtensap gedronken. Die kun je hier krijgen van meloen, ananas, papaya, citroen, tomaat en mango. Mijn favorieten zijn ananas, meloen en citroen. Na mijn wandeling van kamer verruild omdat de kamer waar ik gister verbleef, voor vandaag al was geboekt. Om de een of andere reden sla ik de massage over. Misschien morgen om de spierpijn te verlichten. Hoogtepunt van vandaag is de workshop ‘Balinees koken’. Ik ben de enige die hiervoor heeft ingetekend en dat betekent dat ik privéles krijg, Het samen te stellen menu bestaat uit een appetizer: Bergedel Kentang. Dit is een mengsel van kruiden en aardappel die in kleine balletjes in een losgeklopt ei wordtgefrituurd. Dan volgt de soep: Cukut Kadjang Tanah. Een kruidenmengsel, gekookte/geweekte pindas gemeng met gekookte papaya. Het hoofdgerecht bestaat uit: Tum B. Siap. Kleingesnede kip, kruidenmengsel en deze mix gestoomd in bananenblad. Daarbij Pepes B. Siap: gekookte stukjes kip, kruidenmengsel, gerold in bananenblad en 15 minuten gegrilld. Als bijgerecht: Sambal Tomat. Krudenmengel en tomaten gemengd en gefrituurd in kokosolie. Ten slotte het dessert: Dadar Gulung. Flensjes gevuld met een mengsel van geraspte  kokosnoot. De flensjes zijn groen van kleur en dat komt door het sap van het pandanosblad. Al met al smaakt het bijzonder goed. Mijn rol in het geheel is het snijden, mengen en fijnstampen in de stenen vijzel van de kruidenmengsels. Daarnaast het goed opletter, overschrijven van de recepten en foto’s maken van alle fasen van de voorbereiding. Ondertussen zorgt mijn instructrice Artem voor het werk op de twee gasbranders. De meest voorkomende kruiden in alle gerechten zijn: mini-uitjes, knoflook, terasi udang (garnalenpaste), grijze peperkorrels, gurcumah, chilipeper, zout, ginger, gingerwortel, aromatische ginger. De overvloedige maaltijd – genoeg voor vier personen – smaakte bijzonder goed en het was een leuke ervaring om mee te maken.

 

Maandag, 31 augustus 2009

 

Van: Munduk Naar:S8.2444E115.1016 Wanagiri
ODO: 924km Dag: 9,39km Avg: 6,2km/h Temp:  34 0C
Max Climb:21% Avg Climb:9% Max Alti: 1297m Tot Alti:8433m

 

De gids beschijft de eerste 8km van deze etappe als zéér zwaar (met accenttekens!). Daar zit geen letter overdrijving bij. Ik heb dan ook gekozen voor een ultrakorte etappe, omdat ik nog tijd genoeg heb om mijn tevoren geboekte hotel in Denpasar te bereiken. Howel de gemiddelde stijging nog onder de 10% ligt, zijn sommige korte (50-100m) stukken zó steil, dat ik gedwongen word te doen wat ik tot het uiterste probeer te vermijden. Dat is: afstappen en de fiets omhoog duwen. Die noodzaak doet zich een keer of vijf voor, als het me niet meer lukt om het voorwiel van de fiets op de weg te houden. Ik moet ook regelmatig naar de kleinste versnelling. Door alle inspanning om bergop te komen, maak ik op dit stuk geen foto’s. Als de ergste stijging na anderhalf uur achter de rug is, check ik in in hotel Bukit Kembar. Kamer met fan, warm water en (klein) BAD. Van dat laatste maak ik dankbaar gebruik. Schoon en verfrist eet ik mijn vertrouwde Mie kuah. Blijft m’n favoriete lunch. Lekker zout en vult niet te veel. Na de lunch een wandelingetje gemaakt. In tegenstelling tot mijn eerdere verslagen, bevind ik me helemaal niet op de hellingen van de Gunung Agung, maar op het bergmassief veel westelijker. De noordkant van de route wordt begrensd door de Gunung Catur (2096m) en de zuidkant door de Gunung Sangiyan (2093m). Tussen deze twee bergen liggen twee bekende meren, de Danau Tambingan en de Danau Bratan. Hoog boven, en precies tussen deze twee meren ligt Warangiri en het hotel. Ik maak een wandelingetje en wat panormafoto’s van beide meren, die helaas niet in het blog passen. Er worden hier veel bloemen gekweekt die in allerlei ceremonies en rituelen in heel Bali worden gebruikt. De streek hier is erg toeristisch omdat die zich 70km van Denpasar op de weg naar de duik- en snorkelgebieden aan de noordkust van Bali. Ik weet niet of de toeristen in busjes en op de gehuurde motorfietsen mij meewarig of bewonderend gadeslaan. De plaatselijke bevolking moedigt me in ieder geval aan.

 

Dinsdag, 1 september 2009

 

Van: Wanagiri Naar:S8.5125E115.2614 Ubud
ODO: 986km Dag: 62,20km Avg: 15,7km/h Temp:  27 0C
Max Climb:20% Avg Climb:4% Max Alti: 1339m Tot Alti:8433m

 

Ik had de vrouw van het hotel gemeld dat ik vandaag vroeg wilde vertrekken, maar per ongeluk zes uur in plaats van acht uur gezegd. Toen er even voor half zeven op mijn kamerdeur werd geklopt werd ik uit een diepe slaap gewekt. De vrouw van het hotel stond klaar met hete thee en twee voorverpakte roti’s met iets zoets er in. Nog eens genoten van het warme water en op pad. Mijn bestemming voor de komende twee dagen is Ubud, het culturele centrum van Bali. In principe wordt het een heerlijke fietsdag want ik daal van 1300m naar 200m. Ik besluit om niet de aanbevolen route B14 tot het plaatsje Marga te volgen en vervolgens route B2 naar Ubud te nemen. In plaats van in Baturiti rechtsaf te slaan en de aanbevolen route te volgen, ga ik hier links. Op mijn Nelles kaart heb ik gezien dat deze weg weliswaar evenwijdig aan B14 loopt, maar iets meer rechtstreeks op Ubud aanstuurt. Beide wegen volgen een bergplooi die naar beneden loopt. Aldus gedaan. Voor dat ik echter op de richl ben die in een lange afdeling naar Ubud voert, moet ik eerst een viertal kleine plooien in oostelijke richting oversteken. De afdalingen naar de rivierbeddingen en vervolgens de klimmen omhoog, doen niet onder voor de stijgingspercentages van het traject Seririt – Munduk. Ook hier moet ik een paar keer afstappen om de fiets het laatste stukje bergop te duwen. Na het overwinnen hiervan word ik echter beloond met een bijzonder lange en langs rijstvelden voerende afdaling. De weg is smal maar goed geasfalteerd (behalve het eerste stukje over de vierplooien) en er is praktisch geen verkeer. Het is een genot om kilometers achter elkaar alleen maar te rollen met een gangetje van tussen de twintig en dertig kilometer per uur. In het dorpje Sengeh wordt me een verkeersbord Ubud al aangegeven. Via een duizelingwekkend aantal links/rechts afslagen waarvan ik mij afvraag of ik ooit in Ubud zal uitkomen, bereik ik dit culturele centrum. Het is hier erg toeristisch en de hoofdstraat, Jl. Monkey Forest bestaat vrijwel geheel uit accomodaties, souvenir winkels en restaurant. Mijn onderkomen, Puri Ulun Bungalows ligt aan deze drukke straat, maar gelukkig iets van de weg af in een mooie tuin met zwembad.Ik heb een ruime kamer met bad en warm water. Na het douchen een beetje de hoofdstraat op en neer gelopen en de verschillende winkels bezocht op zoek naar wat geschikte souvenirs. Tot nu toe echter nog niet gevonden waar ik echt naar op zoek ben. Voor vanavond een kaartje gekocht voor een dansvoorstelling in het koninlijk paleis. Terwijl ik wandel, begint het te regenen. Tijdens de middagmaaltijd (ja, weer Mie kuah) vertelt de ober dat regen in september nog niet eerder is voorgekomen en wijt dit aan de klimaatverandering.

 

Woensdag, 2 september 2009

 

Van: Ubud Naar:S8.5125E115.2614 Ubud
ODO: 986km Dag: 0km Avg: 0km/h Temp:  27 0C
Max Climb:0% Avg Climb:0% Max Alti: 1339m Tot Alti:8433m

 

Gisterenavond een anderhalf uur durende dansvoorstelling in het koninklijk paleis bijgewoond. Na een ‘ouverture’ uitgevoerd door twee gamelan orkesten, volgt de eerste dans, de Legong ‘Jobog’. De Legong is de meest sierlijke Balinese dansvorm. De voorstelling vertelt het verhaal van twee broers die in apen zijn veranderd, tengevolge van gebeurtenissen die zich buiten de voorstelling afspelen. Als apen herkennen ze elkaar niet en beginnen te vechten. Maar aangezien geen van beiden wint, worden ze moe en herkennen elkaar uiteindelijk toch. De tweede dans vertelt het verhaal van Ramayana. Het gaat over koning Rahwana die de mooie Sita wil ontvoeren. Via allerlei verwikkelingen waarbij de helpers van beide partijen zich respectievelijk in een vogel en  apenkoning veranderen, lukt dit uiteindelijkniet en wordt de boze koning gedood door Sita’s broer.

De hoofdrolspeelsters zijn buitengewoon sierlijk opgemaakt en gekleed in gouden sarongs die zo strak zijn gewikkeld dat je je afvraagt hoe ze zich zo sierlijk kunnen bewegen. De kostuums en hoofddeksels zijn pronkjuwelen. Het geheel wordt begeleid door twee gamelan orkesten van elk een stuk of tien muzikanten. Een voorstelling die zeer de moeite waard was.

 

Vanmorgen flink het centrum van Ubud verkend. Om te beginnen het Puri Lukisan museum bezocht dat een belangrijke collectie vroeg- en modern Balinees schilder- en houtsnijwerk bevat die uniek is in Bali. Overigens was het de Amsterdamse kunstenaar Rudolf Bonnet die in 1929 moderne technieken in Bali introduceerde en samen met Walter Spies een belangrijke inspiratiebron voor moderne Balinese kunstenaars is. Al wandelend door Ubud nam ik een kijke in de vele souvenirwinkels op zoek naar aardigheidjes om mee terug te nemen. Helaas is het aanbod nogal eenzijdig en weinig origineel. Het is me dan ook niet gelukt om hier te slagen in de aankoop van kleine zilveren sierraden die typisch zijn voor het Indonesische culturele erfgoed. Ook hier blijkt de vervlakkende invloed van de toeristenindustrie. Het accent ligt meer op het makkelijke en snelle geld verdienen, dan op het leveren van een creatieve inspanning. Maar misschien ben ik te somber.

 

Terzijde nog iets anders wat mij tijdens de hele reis is opgevallen. De aandacht voor onderhoud en hygiëne is nogal selectief. Alle het tegelvloeren in en om de woning worden blinkend schoongeveegd. Men wordt dan ook geacht deze vloeren met blote voeten te betreden. De (zand)paden, perkjes en dergelijke worden met een bamboebezem keurig schoongeveegd. Binnenshuis is die aandacht er niet echt. Wastafels, toiletten en dergelijke zijn over het algemeen niet blinkend schoon. In geen van de accomodaties waar ik meer dan een acht verbleef was het vanzelfsprekend het bed op te maken, respectievelijk te verschonen of de kamer schoon te maken. Kennelijk gaat men er van uit dat dit (gedeeltelijk) pas nodig is als een volgende gast arriveert.

 

Na de lunch bestaande uit een BLT-sandwich en verse lemonjuice een bezoek gebracht aan Monkey Forest, een stukje jungle waar een apenkolonie zich met bananen en pinda’s laat voeren door fotograferende toeristen. Zonder nu direct aan Bokito te denken, valt me wel op hoe facinerend het aapje voor de mens is. Wellicht vanwege de herkenning. Net als ik op weg ben naar een restaurant voor het avondeten begint het opnieuw flink en getaag te regenen. Binnen de kortste keren ben ik doorweekt en moet in restaurant Wayana een handdoek er aan te pas komen voordat ik in staat ben om het menu te lezen. Ditmaal gaat de keuze uit naar een groente springroll vooraf en een Indonesische kipcurry als hoofdgerecht. Het smaakt weer voortreffelijk en ik sluit de maaltijd af met Balinese koffie.

 

Morgen breekt de laatste fietsetappe aan van deze Indonesische reis. Terug naar Kuta/Denpasar in het zelfde hotel waar ik ook bij aankomst overnachtte en waar, als het goed is, mijn fietsdoos voor mij is bewaard.

 

Donderdag, 3 september 2009

 

Van: Ubud Naar:S8.7152E115.1748 Kuta (Denpasar)
ODO: 1021km Dag: 35,43km Avg: 17,80km/h Temp:  25 0C
Max Climb:12% Avg Climb:3% Max Alti: 1339m Tot Alti:9113m

 

Als ik rond 5 uur wakker word, realiseer ik me dat het de hele nacht stevig heeft geregend en dat het nog steeds niet droog is. In verband met de veiligheid op de weg onder deze omstandigheden vraag ik me af of het verstandig is de laatste etappe op de fiets af te leggen. Of hiervoor een taxibusje te gebruiken. Aangezien ik nog wat inkopen moet doen wacht ik af hoe het weer zich de komende uren ontwikkelt. Na te voet mijn boodschapen te hebben gedaan en een kop Bali koffie te hebben gedronken, klaar het op. Ik zit nog geen tien minuten op de fiets of het begint weer stevig te regenen. Mijn route voert in een rechte lijn naar het zuiden vanuit Ubud. Links en rechts van de weg heel veel studio’s van beeldend kunstenaars. Schilders, beeldhouwers en maskenmakers voor de de traditionele muziek- en dansvoorstellingen liggen links en rechts van de weg. Als ik Denpasar nader fiets ik langs een kilometerslange straat waar links alleen rechts alleen maar zilversmeden en juweliers. Via een lange en grote boog bereik ik na ruim 1021 km de bestemming van deze fietsreis. Ik check in en vier de goede afloop met een grote fles Bintang bier en een clubsandwich. Mijn fietsdoos is in goede orde bevonden. Resten mij nog een kleine twee dagen voordat de terugreis begint. Hoewel het nog te vroeg is voor een reflectie op de hele tocht, ben ik trots op en dankbaar voor de kwaliteit van mijn fiets die mij geen enkel moment in de steek heeft gelaten. Geen enkele lekke band, in ruim zes weken geen enkele keer lucht hoeven bijpompen. Er heeft zich ook geen enkel mankement voorgedaan met de versnelling of de remmen. Een compliment aan Koga Miyata, Deore XT en Schwalbe.

 

Reisverslag