Categorieën
Indonesia 2009 Uncategorized

Vrijdag, 31 juli 2009

Van:Paga Naar: Paga
ODO: 0,0 km Dag: 0,0 km Avg: o km/h Temp: 30 0C
Max Climb %: Avg Climb%: Max Alti: 0m Tot Alti:

Ik slaap op zich goed maar word regelmatig wakker van de jeuk van de wespensteek. M’n hele linker hand is flink opgezwollen en mijn pink is deels geel van kleur. Het heeft vannacht flink geregend en als ik om 8 uur op sta, zijn de bergen gehuld in dikke wolken. Dat belooft niet veel goeds voor het uitzicht op de Kelimutu. Ik besluit het bezoek daarom af te zeggen. Van de deposit van 50,000rp die ik de vorige dag heb betaald, ontvang ik 30.000rp terug. Het ontbijt bestaat uit brood gevuld met banaan en thee. Ik raak aan de praat met een Nederlandse jongen die krap bij kas zit op dat hij zich niet had gerealiseerd dat het in Moni niet mogelijk is om geld te wisselen. Ik geef hem 50.000rp om hem uit de ergste nood te helpen. Ik vraag de vrouw van de Homestay wat zevan mijn ontstoken hand denken. Dat komt er een potje menthol zalf tevoorschijn en wordt m’n hand uitgebreid ingesmeerd. Later stelt ze voor een beter middeltje voor me te kopen. Dat kost wel 10.000rp, die ik haar geef. Even later komt ze terug dat het middeltje 15.000rp kost. Ik weiger meer te betalen. Tenslotte komt er een flesje Minyak Gosok tevoorschijn met een grote bij, wesp, of vlieg afgebeeld op het etiket. Ook dit middel wordt uitgebreid op mijn hand gesmeerd. Een oude vrouw biedt aan mijn hand te masseren, maar dit aanbod sla ik voorlopig af. Ik wil eerst wel eens zien of het middel uit het flesje enige uitwerking heeft. Even later vraagt ze of ik haar een schaar kan lenen waarmee ze een ingescheurde nagel kan wegknippen. Het schaartje aan mijn zakmes biedt hiervoor uitkomst. Met regelmatige tussenpozen wordt met gevraagd of ik (a) toch niet naar de Kelimutu wil, (b) vanavond naar de dansvoorstelling wil of (c) een sarong van Ikat wil. Deze voorstellen sla ik af waarbij verwijzend naar mijn pijnlijke hand een goed excuus blijkt te zijn.

In een dorpje 1,5km hier vandaan woont een Nederlands stel dat een boekhandel drijft en graag boeken wil ruilen. Na een wandeling door de rijstvelden en aangkomen bij de bookshop bijkt er niemand aanwezig. Ik krijg de raad om het vanmiddag opnieuw te proberen. Tijdens de wandeling terug is het alweer aardig warm geworden. Regelmatig moet ik het zweet van m’n voorhoofd vegen. Na een kop thee een portie Nasi Campu (rijst met groenten en gebakken ei). Het bord gaat er samen met een fles Bintang nu probleemloos in. Eigenlijk lust ik nog wel een portie, want de porties zijn niet al te groot. In het restaurant hebben zich intussen twee groepjes Nederlanders neergelaten. Een gezin met twee ‘Andrea’s’, de zoon en nog een ander stel ook zijn er vier Fransen. Nederalnds en Frans hoor je hier trouwens overal om je heen. De meesten gaan de andere kant uit dan ik, ze gaan richting Maumere en verder. Na het avondeten samen met de Nederlanders, waarmee overigens geen contact is, naar een traditionele dansvoorstelling door het plaatselijke dansgroepje. Het verwelkomen van het dorpshoofd, de Kelimutu, de oogst en dat soort zaken wordt gedanst en gezongen. Na afloop wordt geprobeerd plaatselijk Ikat sarongs te verkopen, maar dat is aan mij niet besteed.